Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
Voorbereidende proef. Op de tafel liggen digt
naast elkander eenige rijen korrels ganzenhagel of erwten; daar-
op legge men voorzigtig eene tweede laag. Zet men op deze een
gewigt of eenig ander vast ligchaam, dan worden de bovenste
hagelkorreltjes neergedrukt en bewegen zich beneden-
waarts. Daarbij dringen zij zich
tusschen diegene, welke zich on-
I der hen bevinden, en drijven
__ze naar alle z ij den uit
elkander, naar regts en links,
naar de zijde, welke van den
waarnemer afgekeerd, en naar
die, welke naar hem toegekeerd is. De drukking, door de zwaar-
tekracht veroorzaakt, heeft in het hoopje kogeltjes niet enkel
eene beweging en eene drukking naar onderen, maar te gelijk
eene beweging naar alle zijden ten gevolge gehad. Zijn er aan
de zijden wanden, welke de beweging wederstaan, dan onder-
vinden zij eene drukking, en de drukking van boven af bewerkt
dan eene drukking naar onderen en naar alle zijden. Daarom
Avorden zakken, waarin zich koren, meel of zand bevindt,
door de naar alle zijden verbreidende drukking gespannen
gehouden.
P r o e f /z. Giet men eene hoeveelheid water midden in
Weg-
vloeijingeen schotel, dan wordt zij door de drukking van de boven-
"i^jdetr deelen der vloeistof naar alle zijden uit elkander gedre-
ven en vloeit tot eene dunne, den bodem bedekkende laag
uit. Is zij tot aan de vaste zijwanden van den schotel aangeko-
men, dan bieden deze aan het verdere wegvloeijen tegenstand
en stellen daaraan eene grens; daarom ontvangen groo-
tere massa's eener vloeistof eene gedaante of
begrenzing door de vaten, waarin zij besloten zijn.
Zij waart- Proef />. In een kkin houten of tinnen emmer^'e worde
drukking.*^® zijwand van onderen boven den bodem doorboord. Giet men
er water in, dan vloeit het door de opening naar bui-