Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
houden. De sluitveêren aan kokers en doosjes worden ins-
gelijks door hare elasticiteit bewogen, zoodat zij als middelen
tot vastzetting kunnen dienen ; zij hebben een wigvormigen haak,
die bij het toemaken van het kistje met de veêr terug wordt be-
wogen en zoo doende in eene uitkeping van het deksel aan-
komt en vastgrijpt. Aan de stalen beugels voor beurzen en tas-
schen is de eene helft van den beugel van eenen haak, de
andere van eene veêr voorzien; bij het sluiten dringt de haak
onder de veer, totdat deze, om haren vroegeren stand weder te
■verkrijgen, in de uitkeping achter den haak valt.
De ho- 72, De horologieveêr de beweegoorzaak in het zak-
gieveêr liorologie. De beweegoorzaak in het werk van een zak-
als be- horologie, speeluurwerk of speeldoos is eene stalen veêr. Zij
weger, i^gg^j^^^ ^^^^ dunne, lange stalen strook en is in menigvul-
dige windingen spiraalvormig om haar eene einde gewonden.
Aan haar binnenste einde, waar de windingen beginnen, is de
veêr onbewegelijk vastgezet; het buitenste einde daarentegen
kan zich ongehinderd bewegen. Trekt men dit vrije einde ver-
der naar de linker zijde, dan
Fig. 70. . .
worden daardoor de windingen
nader bij elkander gebragt en de
veêr zamengedrukt of gespannen.
Zij tracht vervolgens zich weder
uit te zetten, het beweegbare ein-
de der veêr keert langzamer-
hand in zijn vorigen stand terug en beweegt zich in eene
tegengestelde rigting , dus regts. De horologieveêr wordt door
eene cilindervormige kast, de trommel, omsloten; de bovenste
en onderste bodem dezer trommel hebben in het midden eene
opening, zoodat zij gemakkelijk gedraaid kan wwden. Het be-
weegbare einde der veêr is aan den binnenwand der trommel
bevestigden draait, terwijl het zich beweegt, te gelijk de
trommel rond.