Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
cn hem voorzigtiglijk aan het slingeren brengt, dan bemerkt
men na een half uur slingerens of vroeger dat hij ongevoelig de
rigting, waarin men hem in den beginne aan het slingeren heeft
gebragt, of, zoo als men gewoon is te zeggen, zijn slinger-
vlak, verlaten heeft. Slingerde hij b. v. in den beginne juist van
het oosten naar het westen, dan zal hij na één uur slingerens in
onze streken bijna van het oost zuidoosten naar het west zuid-
westen en terug slingeren. Als men zich herinnert wat vroeger
van de inertie is gezegd, dan zal het geen nader betoog behoeven,
dat deze verandering in de rigting des slingers, deze verplaat-
singvan het slingervlak, slecnts schijnbaar wezen kan. Zoo min
als eenig ander ligchaam toch kan het slingergewigt, eens in
beweging gebragt, iets veranderen aan de rigting dier beweging,
en de zwaartekracht, die het in beweging houdt, kan ook Onmo-
gelijk eenige verandering van dezen aard te weeg brengen. Wist
men dus niet reeds dat de aarde om hare as wentelt, dan zou
men dit na het zien van deze schijnbare verplaatsing van het
slingervlak wel moeten gelooven en zeggen: het slingervlak kan
niet draaijen; toch schijnt het dit te doen; dit kan dus niets an-
ders zijn dan een uitwerksel van de beweging der aarde zelve,
even als dit plaats heeft voor de schijnbare beweging der zon
om de aarde , welke met de verplaatsing van het slingervlak
dan ook in rigting geheel overeenkomt. Juist op eene der poleu
van de aarde geplaatst zou het slingervlak in 24 uren den ge-
heelen omgang moeten maken, en door wiskundige berekeningen
heeft men bovendien bewezen, dat het onder den aequator geheel
onbewegelijk moet blijven, en dat op elke andere plaats des aard-
bols het aantal graden der schijnbare verplaatsing van het slin-
gervlak in een uur moest gevonden worden door 15 maal den ver-
tikalen afstand dier plaats van het vlak des aequators te deelen
door den straal van dit vlak. Proeven, op zeer verschillende plaat-
sen der aarde genomen, hebben uitkomsten opgeleverd, die met
deze wet zeer soed overeenstemmen. Daartoe waren echter een