Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
thans merkelijk kleiner; maar het aantal slingeringen zal
naauwkeurig even groot zijn als in de eerste minuut. Een
en de zelfde'slinger doet derhalve in den zelfden tijd steeds het
zelfde aantal slingeringen, ofschoon de slingerbogen kleiner
worden.
Proef h. Men vervaardige zich twee aan elkander gelij-
ke slingers, waartoe men twee omtrent even groote kogels van was
kan vormen, aan even lange dunne draden bevestigen en ze op
de opgegevene wijze digt bij elkander ophangen. Verwijdert men
beiden met de hand even ver van den loodregten stand , dan
zullen zij elke schommeling naauwkeurig in den zelfden tijd
uitvoeren; mögt de eene slinger sneller schommelen , dan is hij
korter dan de andere en zou verlengd moeten worden, tot bei-
den bij gelijke slingerbogen voor iedere slingering den zelfden
tijd gebruiken. Nu late men echter den eenen slinger zeer kleine ,
den anderen eenigzins grootere slingerbogen doorloopen. De
slingeringen der beide gelijke slingers zullen ook dan in vol-
komen gelijken tijd plaats hebben, en rigten zich
volstrekt niet naar de slingerbogen, zoo lang deze niet al te
groot worden.
Verwijdert men namelijk een slinger verder uit den loodregten
stand, dan is de rigting, waarin hij begint te vallen, veel stei-
ler; hij valt als van een steiler hellend vlak, heeft daarom eene
grootere snelheid en doorloopt met deze een grooteren boog in
den zelfden tijd, dien hij bij geringer snelheid voor een korteren
boog gebruikt. Zoo volgt als
Eerste wet des slingers: De afzonderlijke
niet zeer groote slingeringen van
een en den zelfden slinger zijn even
lang van duur.
De wet der slingerschommelingen is het eerst door Galilei
ontdekt, die door de waarneming van eene toevallig heen en
weêr slingerende kerkkroon in de hoofdkerk te Pisa op de ge-
dachte daarvan werd gebragt.