Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
tuig door den centrifugaal-regulator, die hierbij vooral dik-
wijls met den naam van gouverneur wordt bestempeld, de toe-
lating van den stoom uit den ketel in den cilinder, dus de snel-
heid van het werktuig geregeld. Later, bij de opzettelijke behan-
deling van dit werktuig, zullen wij dit punt nader kunnen toe-
lichten.
Iir. DE SLINGER.
63. De draadslinger. Eenvou-
Proef. Aan een metalen kogel of een ring worde een dige
zeer dunne draad, lang naar verkiezing, gebonden. Het vrije jij^ggj
einde van den draad bevestige men aan een staafje (een potlood),
legge dit op den rand van het tafelblad, zoodat de draad met
den kogel ter zijde van de tafel hangt en zich vrij bewegen
kan; opdat het staafle vastligge, worde er een klein plankje of
een boek op gelegd. De kogel zal aan den draad eene lood-
regte rigting geven, en de geheele toestel zal in den toestand der
rust een schietlood vormen.
Brengt men echter den in rust hangenden kogel van zijne
Fig. 64. plaats, en laat men hem dan weder aan zich
zeiven over, dan valt hij eerst, door de zwaar-
tekracht naar beneden gedreven, en door-
loopt een cirkelboog met toenemende snelheid.
^Komt hij in den loodregten stand, dan heeft hij
zijne grootste snelheid bereikt. Volgens de wet
der inertie kan hij deze nu niet eensklaps verliezen, maar
beweegt zich naar de andere zijde met afnemende snelheid op-
waarts. Hij zou juist tot de zelfde hoogte moeten stijgen, van
welke hij gevallen is, zoo er niet eenige kracht verteerd werd
om den draad te buigen en den tegenstand der lucht te overwin-
nen. Daarom stijgt de kogel niet volkomen zoo hoog als het
punt ligt, van hetwelk hij gevallen is. Bij het einde van het