Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
king uit zijne baan wordt gedreven, in welke de raderen door
de wrijving op den grond worden vastgehouden ; eene slede slaat
in een dergelijk geval om of wordt bij zeer geringe wrijving
werkelijk in de raaklijn zijwaarts geslingerd. Om deze reden
worden bij het aanleggen van spoorwegen sterke krom-
mingen vermeden. Schaatsenrijders, die op het ijs
kringen beschrijven , bieden aan de centrifugaal werking daardoor
wederstand, dat zij zich schuin houden en binnenwaarts over-
hellen. Om de zelfde reden houden k u n s t r ij d e r s, wanneer
zij op paarden staan, zich heel schuins naar het midden der
ronde rijbaan; dikwijls ziet men ook kunstrijders, aan de naar
het middelpunt der baan gekeerde zijde van het paard als
vastgekleefd, zonder eenig steunpunt zweven: al weder door de
zelfde werking der tangentiaalkracht, die hen tegen het paard
dringt. In de centrifugaal-glijdbanen vormt de baan zelfs een
loodregt staanden kring; de wagen, die van eene nog hoo-
gere plaats naar beneden rolt, doorloopt den binnensten om-
trek en staat in zijn hoogste punt, zonder te vallen, geheel het
onderste boven. Het zelfde vertoont ons in 't klein de volgende
proef
Proef h. Aan eene strook papier van de lengte van Centri-
een vel en een paar vingers breed wordt de rand aan beide ^'Jlan^'
zijden in de lengte omgebogen, zoodat zij eene goot vormt. Op
de helft der lengte, waar de baan tot een kring gebogen moet
Fig. 61. worden, make men in de loodregt
staande randen naast elkander vele
insneden met de schaar. Daarop
wordt deze plaats tot een opstaan-
den kring gevormd, de deeltjes van
den rand aan elkander gekleefd of ten minste buiten het in-
wendige der goot gebogen en de geheele centrifugaalbaan met
de hand zoo gehouden, dat het bovenste stuk vrij steil naar
beneden loopt. Eene erwt of een hagelkorrel doorloopt ze, zon-
der uit het binnenste van den staanden kring te vallen.