Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
om den gang van een werktuig regelmatig te maken. Blijkbaar
zal de beweging van het geheele werktuig des te regelmatiger
worden hoe meer het vliegwiel weegt; door zijn gewigt wordt
echter de wrijving der assen of toppen aan de spil vermeerderd
en kan zoo groot worden, dat het vliegwiel alleen de helft van
de geheele werking der machine verbruikt. Waar eene enkele
kruk voorhanden is, moet zij met een vliegwiel verbonden wor-
den ; door haar slechts een klein eind gedraaid, is het rad reeds
in staat haar over de doode punten harer baan heen te helpen,
en hierdoor wordt de beweging regelmatig genoeg, om , bij voor-
beeld door eene snaar zonder einde, tot de arbeidsmachines ge-
leid te kunnen worden. Derhalve vinden wij het vliegwiel aan
alle staande stoommachines, terwijl aan de locomotiven
twee verschillende krukken aan de zelfde spil arbeiden en de
eene steeds de andere over zijne doode punten heen helpt;
terwijl bovendien het geheele werktuig, eens in beweging, de
dienst van een vliegwiel verrigt. In de molens verrigten de
molensteenen de dienst der vliegwielen en zijn in de windmolens
grooter, dewijl de kracht van den wind onregelmatiger werkt;
aan de slijpwerktuigen maakt de groote massa van den
slijpsteen, aan het spinnewiel het grootere wielrad de beweging
regelmatig.
II. DE CENTRIFUGAAL- REGULATOR.
58. De middelpuntskrachten.
Middel- Proef. Een kogel of een bal hange loodregt aan een kor-
kra° h'te'n draad, waarvan men het einde in de hand houdt. Beweegt
men de andere hand in horizontale rigting en geeft men aan den
kogel een harden stoot, dan zou hij zich in horizontale rigting
verder moeten bewegen, indien de stevigheid van den draad dit
toeliet; deze houdt hem terug en werkt als eene aantrekkings-
kracht, die aan het ophangspunt haren zetel heeft. Door de