Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
het water of van den wind, noch die van den stoom, noch ook
de beweging van een neerhangend gewigt of van eene veer in
de horologiën blijven zich steeds gelijk; en toch moet de gang
der werktuigen zoo gelijkmatig mogelijk zijn.
1. HET VLIEGWIEL.
57. In streken, waar men tot het drijven van werktuigen Ophoo-
van beken gebruik moet maken, die bij overvloedigen regen en
bij het smelten der sneeuw opzwellen en bij droog weder bijna nischen
uitdroogen, legt men vijvers aan om het water op te zamelen
en gebruikt die als een magazijn, in 't welk men ten tijde des
overvloeds voorraad opzamelt, om in dagen van nood geen ge-
brek te lijden. Op soortgelijke wijze laat zich ook de mechanische
arbeid opzamelen, en terwijl men voortdurend nieuwen ar-
beid bijvoegt, in groote hoeveelheid ophoopen. Zij gelijkt dan op
een aanzienlijk kapitaal, dat langzamerhand verworven en be-
spaard is, en dat men op twee wijzen besteden kan; men geeft
of de geheele som in eens uit en bereikt daardoor eene
aanmerkelijke uitkomst, of men gebruikt ze als teerpenning in
ongunstige tijden, en neemt daarvan telkens slechts
weinig; juist zoo veel als bij gebrek aan werk in de huishou-
ding te kort komt.
Zoo zien wij knapen, die zich oefenen in het werpen van een
slinger, dezen eenige malen in een kring rondzwaaijen en daar-
door een zekeren arbeid aan den voort te slingeren steen besteden;
in het tweede oogenblik, in hetwelk de steen, volgens de wet der
inertie, de in het eerste verkregene snelheid medebrengt, wordt
hem door een nieuwen omzwaai een nieuwen toevoer van snel-
heid medegedeeld; in het derde weder; en den alzoo opgezamelden
arbeid moet de steen, wanneer hij losgelaten wordt, terug ge^
ven en hij kan dus eene aanzienlijke werking voortbrengen.
Wordt een groote ijzeren ring of de omtrek van een rad Het vlieg-