Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
Getallen
der om-
loopen
in een
rader-
werk.
die veelal van metaal vervaardigd en dus duurder zijn dan de
schijven met snaren of riemen, vooral daar zij, om de wrijving
te verminderen, in regelmatig afgeronde vormen bewerkt moe-
ten zijn.
De getande spillen zeiven of de kleinere tandraderen, in welke
de grootere ingrijpen, heeten rondsels. Kegelmatig stoot een
tand van het eene rad een tand van het andere voort; daarop
grijpt de volgende tand in den naastvolgenden en beweegt ook
hem verder. Dewijl de tanden van in elkander grijpende raderen
even groot zijn en op gelijke afstanden moeten staan, zoo rigt
zieh het getal der tanden steeds naar den omtrek der raderen;
een rad met dubbel zoo veel tanden heeft ook den dubbelen
omtrek en de dubbele middellijn. Daar zich nu aan ieder windas
kracht en snelheid naar zijn omtrek of middellijn rigten, zoo
hangt de werking der tandraderen van het getal der tan-
den af.
Laat een raderwerk uit drie spillen bestaan; laat het rondsel
1 van de spil ter regterzijde 10 tanden hebben en in het groo-
Fig. 48. a tandrad I der middelste
spil ingrijpen, aan hetwelk
zieh 30 tanden bevinden; laat
verder de eene of andere kracht
de eerste spil omdraaijen. Tien
tanden van het e e r s t e r o n d-
s e 1 moeten ook tien tanden
van het eerste rad voortbe-
wegen; maar daar dit 3 maal
10 tanden heeft, zoo draait
het eerste rad Ibij drie omdraaijingen van het eerste
rondsel 1 eenmaal om. Aan de spil van het eerste rad zit het
tweede rondsel 2, insgelijks van tien tanden, vast, draait
daarmede te gelijk en voltooit diensvolgens bij drie omloopen
van het eerste rondsel ééne omdraaijing. Zijne tien tanden bewe-
gen het grootere tweede rad II, dat aan de spil ter linker