Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
een woord van den bewerker. ix
onderafdeeling der natuurkunde zoo innig aan elkaar verknocht, dat
zij alleen het een uit het ander licht ontvangen, en men dus ge-
vaar loopt, door weglating van het eene een klaar begrip van
het andere volstrekt onmogelijk te maken. Wil men daarentegen
niet, of althans in mindere mate, winnen door wat men het
gebruik van de schaar zou kunnen noemen, en die winst meer
zoeken in de behandeling, dan wordt de zaak, mijns inziens,
nog veel erger. Men loopt dan het grootste gevaar, niet alleen
een nutteloos, maar bovendien een verderfelijk werk te verrig-
ten. Tmmers het kan niet missen of die meerdere kortheid moet —
als zij ten minste zoo ver gedreven wordt als noodig zou zijn
om uit een leerboek een boekje van zesmaal kleineren omvang
te destilleren — in de grofste oppervlakkigheid ontaarden. Wat
den leerling op die wijze wordt medegedeeld kan hem tot niets
nut zijn; het weinige wat hij er van onthoudt zal hem slechts
dienen om eigendunkelijk mee te kunnen spreken over zaken,
die hij ten hoogste half begrijpt, en in de Physica vooral
is het heter, in het geheel niet, dan maar half te begrijpen.
Bovendien gewent liem zulk eene behandeling aan dat losse,
onlogische, wankelendeen zwevende praten, dat, nog zoo dik-
wijls en door zoo velerlei menschen als redenering opgedischt,
den verpligten hoorder wanhopig kan maken; zulk een resul-
taat mag zeker, ook uit het oogpunt der eigenlijk gezegde op-
voeding , verderfelijk worden genoemd.
Ik heb getracht de beide genoemde klippen te vermijden,
door in mijn schoolboekje niets dan de grondwaarheden, niets
dan natuurkundige stellingen en bepalingen te geven, zonder
eenige redenering, hetzij tot toelichting, hetzij tot bewijs. Is nu
de eene of andere waarheid den leerling bij mondelinge voor-
dragt ontwikkeld en toegelicht, door proefneming of voorbeel-
den aanschouwelijk gemaakt, dan vindt hij die in zijn boekje
terug, veelal met een of meer afbeeldingen, die nuttig zijn om
wat hem vertoond of aangewezen is in zijn geheugen terug te
roepen; maar ook niets meer. Ik geloof niet dat hij meer noo-
dig heeft, ja, ik geloof niet dat hij meer hebben mag. Het