Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tin ee\ "woord van dek bewerker.
oog zullen vallen. Daarentegen heb ik eenige nieuwe § § in-
gevoegd , zoo als b. v. in dit 1ste deeltje de 97*, 97**; de daar
behandelde onderwerpen zulleu, hoop ik, die inlassching
regtvaardigen. Bij de aan het slot van het geheele werk in het
licht te zenden algemeene inhoudsopgave zal ik die veranderin-
gen en toevoegselen bepaalder opgeven dan in den tekst door
een * is geschied. De schiijver kan met regt eischen dat mijne
veranderingen en bijvoegselen niet voor zijne rekening komen.
Ik heb bij dit werk en naar aanleiding daarvan een „School-
boekje" bewerkt. Ik acht het hier de meest geschikte plaats,
om kortelijk rekenschap te geven van de overwegingen, die mij
tot en bij de zamenstelling van dat werkje geleid hebben. Het
komt mij hoogst wenschelijk voor, dat Crügers werk niet slechts
tot zelfoefening, maar ook, ja ik zou bijna zeggen vooral, bij
het onderwijs worde gebezigd. Maar om het den eerstbegin-
nenden zeiven in handen te geven is het te omvangrijk en te
uitvoerig. Er moest dus daarbij een kleiner werkje gebezigd
kunnen worden, waarvan de gang en de methode geheel die
waren van het groote werk, opdat de ondervrijzer, zijne mon-
delinge voordragt naar dit laatste rigtende, de hoofdzaken
daarvan geheel en in de zelfde volgorde in het kleine kon te-
rug vinden. Dit is niet het geval met de beide door den zelf-
den schrijver uitgegevene kleinere werkjes, hetgeen wel daar-
door zal te verklaren zijn, dat zij voor het groote werk zijn
geschreven. Zulk een werkje moest dus nog geschreven wor-
den ; de vraag was maar, hoe ?
Om kort te zijn — want hierop kwam het toch slechts aan —
zijn er twee middelen. Men kan het aantal der te behandelen
onderwerpen aanmerkelijk verkleinen, door uit den voorraad
van de belangrijkste waarheden uit de natuurkunde, in eenig
elementair werk behandeld, te trachten de alle rbelangrijkste uit
te kiezen. Maar wat wordt het dan? Een zielloos en nutteloos stuk-
werk; want behalve dat eene juiste keus hierin bijna onmogelijk
mag geacht worden, zijn de verschillende onderwerpen in de zelfde