Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
07
vliezig, of wel te gelijk in lengte, breedte en dikte ontwik-
keld zal zijn, ware dit reeds voldoende, om liet gewigt te
begrijpen, dat er — na de cel op zich zelve te hebben
bestudeerd — in de studie van de cellen in onderlin-
gen zamenhang gelegen is. Daardoor nadert men name-
lijk tot het inzigt in den bouw der plantendeelen en wordt
daarenboven menig ander verschijnsel, hetwelk hieraan waar-
neembaar is, verklaarbaar. Evenzeer toch als iedere cel af-
zonderlijk tijdens haar bestaan eigene toestanden doorloopen
en zich door bijzonderheden onderscheiden kan, welke bij
eene andere cel weder geheel daarvan verschillen kunnen,
zoo geldt dit in nog uitgebreider zin van cellen, welke met
elkander vereenigd zijn.
Ten gevolge dier bij bepaalde cellen voorkomende ver-
scheidenheden, kan men dan ook aannemen, dat er verschil-
lende c^elsoorten zijn; en wanneer men nu elke vereeniging
van dezelfde of ongelijke celsoorten tot ééne zamenhangende
massa weefsel noemt, heeft dus ook ieder weefsel zijne
eigenaardige kenmerken, waardoor het zich van de overige
onderscheidt, zoodat mitsdien ook van meerdere weefsel-
soor ten sprake kan zijn. Ik zal in de volgende regelen
trachten u de voornaamste punten van verschil in het
maaksel der onderscheidene weefsels te schetsen. Over
andere verschijnselen, welke zich bovendien in die weefsels
openbaren, zal — nadat eerst al wat nog van de cel op zich
zelve in dit opzigt te zeggen valt, zal zijn medegedeeld, —
op eene andere plaats in dit werkje gehandeld worden.
Zekere algemeene indrukken, door vorm, grootte, kleur,
enz. bij u te weeg gebragt, zullen u tot dus ver wol vol-
doende zijn geweest, om b. v. een roos, een anjelier, een
eik, een viooltje, een populier, en welke er meer van die
alom bekende gewassen mogen zijn, van elkander te onder-
scheiden. Het zal n later, wanneer gij eenigzins vorder ge-
vorderd zult zijn, blijken, wat tot die algemeene en onbe-
stemde indrukken aanleiding geeft, en in stede van hierbij
te berusten, zult gij er welligt behagen in vinden naauwkeu-
rig omschrevene kenmerken op to sporen, waardoor b. v.