Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
04

63. VsölWigö celieo.


omstandigheid op den vorm van invk)ed is. Daarbij moet
ook vooral in rekeniiig gebragt Avorden de rigting, Avaarin
iedere cel op zich
zelve van nieu-
wen voorraad tot
wasdom voorzien
wordt, met andere
woorden: de rig-
ting, waarin zij
gevoed wordt. Ein-
delijk draagt daar- ^i. Stervonnisö cellen,
toe ook de wijze bij, waarop de cellen
zijn ontstaan; want terwijl de door vrije
celvorming geborene meestal vrij bolrond
zijn, vertonnen zich andere gedaanten bij
de door deeling ontstane, zoowel afhan-
kelijk van den vorm der moedercellen, als
van de rigting, waarin de deeling plaats
had.
Door dit alles wordt het verklaarbaar, hoe de oorsponke-
lijke gedaante der cellen menigmaal zoo gewijzigd kan worden,
dat men cellen aantreft, die veelhoekig, gestraald of ster-
vormig, cylindrisch, prismatisch, enz. kunnen zijn en dat
somwijlen de vorm zelfs zeer onregelmatig is.
Even veranderlijk is ook de absolute grootte der cellen.
Zoo zijn er, wier doorsnede V500 streep bedraagt (b. v. gist-
cellen); ja zelfs kan dit afdalen tot 1/3000 streep (b. v. de
sporen van Palmella); daarentegen vindt men zeer vele
bolvormige, elliptische of veelhoekige cellen, wier gemiddelde
doorsnede ongeveer ^/iq streep bedraagt (b. v, in het merg
van den vlierboom); bij langwerpige cellen vindt men gewoon-
lijk de smalste dwarse doorsnede; zoo zijn vele spilvormige
bast-en houtcellen Y3 tot 1 of meer strepen lang en naauwelijks
Vioo streep breed (de bastcellen van hennep zijn b, v. on-
geveer Vi30 streep breed, terwijl hare lengte van 1 tot
ruim 4 strepen bedraagt; de breedte van de houtcellen dier
66. Bolroode cellen.
65 Uit het merg van den vlierboom (Sambócus nigra),
66. Uit een jong blad van huislook (Sé/npervvuun tfclónuiii.
67. Uit een hieshalm (Sch-pus).