Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
r,o
meer zuivere celatof', doeli later verandert meerendeels die
zamenstelling door het indringen van houtstof, enz.; het meest
binnenwaarts gelegene verdikkingslaagje blijft intusschen nage-
noeg altijd uit celstof bestaan.
Om te begrijpen, waaraan de verdikkingslagen haren oor-
sprong ontleenen, dient men met den inhoud der cellen
bekend te zijn, waartoe in jeugdigen toestand behooren: het
plasma, de kern en het cel sap.
Over het plasma is reeds boven (blz. 42) kortelijk ge-
sproken ; kern noemt men een rond of ovaal ligchaampje in
de jonge cellen, waarvan nog het een en ander zal worden me-
degedeeld, en celsap is eene grootendeels uit water bestaande
vloeistof, waarin allerlei organische en anorganische stoffen,
welke men als de scheikundige bestanddeelen van planten
kent, opgelost of zwevende, voorkomen.
Toen wij hierboven (bl. 42) van het plasma vermeldden,
dat het zich nimmer met de andere vloeistof, waarin het zich
bevindt, vermengt, bedoelden wij met de laatste het celsap,
hetwelk zich dikwijls meer in het midden der cel bevindt,
terwijl het plasma digter bij den wand ligt.
In nagenoeg alle zeer jeugdige cellen verkeert het plasma
in beweging, zoodat het zich in meerdere
stroompjes straalsgewijs binnen in de cel ver-
deelt (*). In oudere cellen houdt dit verschijnsel
op; het plasma is daarin ook in veel mindere
hoeveelheid voorhanden ; in geheel volwassene
cellen, wier wanden sterk verdikt zijn, of waar-
in lucht, bijzondere stoffen, zoo als oliën, enz.
aanwezig zijn, ontbreekt zoowel het celsap als
60. JeDgdige cel.
Vroeger werd vrij algemeen aangenomen, dat van binnen,
tegen den oorspronkelijken celwand aan, bij wijze eener
voering, een tweede vlies lag, binnenbl aasje genoemd,
zich O. a. onderscheidende door zijn stikstofgehalte. Door
anderen werd dit niet als een vlies, maar als een half vloei-
baar of wel geleiachtig bekleedsel beschouwd en meer be-
(*) Over deze en andere stroomingen van don vloeibaren cel-inhoud zal later uit-
voeriger sprake ziin. '
60. Jonge cel van Symphoricdrpos rdcemótia.