Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
cel.
&6. Stippel-cellen.
zich in den vorm van een spiralen band of draad afzetten,
eene spiraalvormige teekening. Overal,
waar de cellen, terwijl hare wanden dik-
ker worden, nog te gelijker tijd in de
lengte groeijen, vertoonen zich de ver-
dikkingslagen in spiraal- of ringvormige
5L Spiraal- gedaante. Waar de cel tijdens de verdik-
cel. king niet langer Avordt, ontstaan ook
stippel-, streep-, net-vcrmige tee-
keningen, enz, en wel dikwijls
doordien de verschillende kron-
kels van denzelfden spiraal met
elkander vereenigd blijven of Slreep-
later vergroeijen. Het bestaan
dier teekeningen wordt dan ook
bij de beschrijving van zulke
cellen aangeduid door bijvoeging der woorden: spi-
raal-, stippel-, net-vormig, enz. In dezelfde cel
worden wel eens de verdikkingslagen als meerdere
elkander kruisende spirale banden afgezet; verschil-
lende wijzigingen in den vorm der afzetting geven Net-cel.
zoo soms aanleiding tot geheel eigenaardige teekeningen, welke
slechts bij bijzondere planten voorkomen.
Dit alles heeft nu betrekking tot het uitwendig voorkomen
der cel. Belangrijk is het echter ook daarbij te onderzoeken,
hoe de cel er van binnen uitziet na de
afzetting der verdikkingslagen.
AVanneer men goed begrepen heeft, op
welke wijze de stippels ontstaan, welke men
door den buitenwand der stippelcellen
heenziet, moet men zich ook gemakkelijk
kunnen voorstellen, dat die stippels eigen-
lijk de tegen de binnenzijde van den
oorspronkelijken celwand aanliggende eind-
b9. StippBlkaoalen. openingen zijn van gangen of kanaaltjes,
64. Uit het omhulsel van den luchtwortel eener Orchidee.
55 en 58. Uit het weefsel van hut mistelboompje (Vtscitm album).
56 en 57. Uit het merg van den vlierboom (Sambücus ntgra).
59. Overlangsche doorsnede nit het schorsgedüeltö van Jïöt/a carnósa. Do dwarse witte
streepjes stellen de vcrdikkingslagon voor; dc zwarte stralen: dc plaatsen, waar deze