Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
Niet altijd behoeft men echter tot onderzoek van hetgeeti
de cel betreft, geïsoleerde plantencellen te beschouwen; ook
onderling zamenhangende kunnen daartoe dienen, en ook
hiervoor zijn alweder meercellige wieren en zwammen, om
het eenvoudige van haar maaksel, de meest geschikte voor-
werpen tot oefening. Kleine stukjes daarvan kunnen in den
regel, zonder eenige meerdere voorbereiding dan bevochti-
ging met een droppel water , terstond op het voorwerpglaasjo
worden nedergelegd en, eerst zonder, later met een dekglaasje
daarop, door liet mikroskoop beschouwd worden. Vóór dat
men met de verschillende deelen van andere planten hiertoe
kan overgaan, vereischen gewoonlijk hun meerdere omvang ,
dikte en verscheidenheid in de zamenstelling, dat men er
zeer dunne doorsneden van vervaardigt in overlangsche (door
het midden of den omtrek der deelen) of dwarse, soms ook in
schuinsche rigting. Men vat daarvoor het voorwerp tusschen
de toppen van den duim, wijs- en middelvinger van de
linkerhand en snijdt nu, naar zich toe, met een zeer scherp
scheermes, in ëéne doorgaande snede, uiterst dunne stukjes
daarvan af, welke men dadelijk in een daarnevens staand
horologieglas, met water gevuld, neêrlegt, om er later de
best gelukte doorsneden voor het onderzoek uit te kiezen.
Zijn de voorwerpen door hunne weekheid ongeschikt tot
doorsnijding, dan laat men ze vooraf doortrekken met eene
oplossing van arabische gom in water; wanneer zij alsdan
gedroogd zijn, worden zij hard genoeg, om te kunnen door-
gesneden worden. Uiterst kleine voorwerpen, welke men
niet tusschen de vingers vasthouden kan, klemt men tusschen
eene haltgespletene kurk door middel van een hierover heen
schuivenden ring (met voorzorg, dat het voorwerp niet gekneusd
wordt) en maakt nu tegelijk door kurk en voorwerp de ver-
langde doorsneden.
Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alle voorwerpen, werk-
tuigen en zelfstandigheden, waarvan men zich in 't algemeen
bij mikroskopische studiën bedient, in den zorgvuldigsten
staat van reinheid en zuiverheid behooren gehouden te wor-
den. In de eerste plaats geldt dit van den toestand der len-
zen, waarop geen stofje ofkrasje de waarneming moet kunnen
bederven. Men reinige ze telkens met fijne penseelen of