Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
in ruimeren kring over alle omstandigheden des levens laten
weiden, ontwaren wij dan niet spoedig, dat het een kenschet-
sende trek voor den beperkten toestand des menschen is, dat
het resultaat zijner koenste ondernemingen ten laatste op
weinig of niets uitloopt; dat, wanneer hij alles heeftin
het werk gesteld, waartoe hem zijn talent en gunstige om-
standigheden het vermogen verleenden, hij toch ten laat-
ste bekennen moet, dat hetgeen hij nu eindelijk verkregen
heeft, slechts eene geringe belooning is voor de aangewende
kosten ?"
„Juist het tegenovergestelde heeft met de natuur plaats.
Van onze jeugd af gewoon, hare werken in steeds vernieuw-
den rijkdom rondom ons uitgespreid te zien, gaan wij haar
meestal koel voorbij. Zoodra wij haar echter eenigzins aan-
dachtiger gaan beschouwen, gevoelen wij er ons door aan-
getrokken en beginnen wij met eene zekere aangename
huivering het bestaan dier geheimzinnige krachten, die om
ons heen hare rol spelen, te bevroeden. Welke middelen,
denken wij, moeten dezer groote gebiedster niet ten dienste
staan? Welke bewonderingswaardige vereenigingen van nog
onbekende krachten moeten niet hierin nog verborgen liggen?
De wetenschap poogt dit raadsel op te lossen, doch aan-
vaardt slechts schoorvoetend deze taak, bevreesd als zij is,
dat het misschien voor het menschelijk verstand onmogelijk
zal zijn, eene zoo verwonderlijke zamensmelting en verwik-
keling te overzien en te begrijpen. Doch hoe dieper wij in-
dringen, des te meer neemt onze verbazing toe. Iedere schrede
voert ons tot eene eenvoudigere oplossing van een ingewikkeld
raadsel; ieder zamengesteld verschijnsel doet ons eenvoudigere
oorzaken en krachten kennen, en onze bewondering veran-
dert eindelijk in vrome aanbidding, wanneer wij zien, met
welke geringe middelen de natuur hare ontzaggelijkste resul-
taten verkrijgt. Door het eenvoudige middel, dat ligchamen,
die in beweging zijn, elkander aantrekken, spreidt de natuur
het gansche gewelf des sterrenhemels over ons uit en schrijft
zij aan de zon en de planeten hare onveranderlijke loopba-
nen voor. Doch wij behoeven niet tot de starren op te zien,
om te begrijpen, hoe weinig de natuur behoeft, om hare
wonderen tot stand te brengen."