Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
37
aanneemt, dan kan men hieruit besluiten, dat het blaauw
gewordene zuivere cellulose is. Eene harer hoofdeigenschap-
pen, die wij als van het grootste belang voor het leven der
plant zullen leeren kennen, is hare gemakkelijke doordring-
baarheid voor vloeistoffen.
De houtstof of lignine, die zoo dikwijls de plaats
der cellulose gaat innemen, met name in oudere planten-
deelen, welke daaraan dan ook dikwijls hunne stevigheid te
danken hebben, wordt door jodium-oplossing en zwavelzuur
■of door chlooi-zinkjodium-oplossing niet blaauw gekleurd en
evenmin door sterk zwavelzuur opgelost, doch is wel op-
losbaar in bijtende potasch, waarin cellulose alleen opzwelt,
doch niet oplost.
Dc kurkstof of suberine vemmgt evenzeer somtijds
de plaats der cellulose; zij onderscheidt zich o. a. daardoor,
dat zij bij koking met chloorzure potasch en salpeterzuur niet
opgelost, maar in eene taaije, harsachtige massa veranderd
wordt; lignine daarentegen wordt, aan dezelfde praef onder-
worpen, wèl opgelost.
Het zetmeel of amylum is bijna in alle planten, doch
niet te aller tijde voorhanden; men vindt het o. a. in
knollen,bollen,
vleezisre wor-
O
tels, inhetmerg


36. Zeiineel van Tarwe.
31.2siiDeel van Ro^ge.
van stammen
en in zaden
(vooral van
graansoorten
en peulvruch-
ten).Rijst,aard-
appelen, brood
en allerlei an-
dere meelspijzen zijn grootendeels wegens hun zetmeelgehalte
zoo algemeen als voedingsmiddelen in gebruik gekomen. Sago,
tot verzadigens opgelost. Alsdan wordt er een weinig jodium bijgevoegd en de oplos-
sing, zoo noodig, raet water verdund.
30. Gronte en kleine platte scliyOes, met een dunnen rand, soms met enkele cir-
kelronde strepen voorzien; soms ook schijnbaar overlangs gestreept.
37. Iets minder groot dan de vorige; de kleinere zetmeclkorreltjes z^n vooral min-
der groot dan die der tarwe; zü vertoonen soms een scheurtje op de oi)pcrvlakte,
dat als een kruisje of sterretje uitziet.