Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
ling van die, welke ook elders dan buiten de levende dieren
en planten gevormd kunnen worden ; deze heeten namelijk
anorganische of onbewerktuigde.
De in het plantenrijk gevondene elementen zijn : koolstof,
waterstof, zuurstof, stikstof, chlorium, jodium, bromium, lluo-
rium, zwavel, phosphorus, silicium, potassium, sodium, cal-
cium, magnesium, aluminium, ijzer, manganium, koper, lood,
zink, arsenik en zilver. Diezelfde elementen vindt men ook
buiten het plantenrijk; in geene plant echter ontbreken ooit
de drie eerste, meestal op velerlei wijzen onderling vereenigd;
meerendeels is ook het vierde hiermede verbonden. Onder
de overige komen eenige slechts in bepaalde deelen der
meeste planten of wel alleen in bepaalde gewassen voor,
zoodat men bij de ontleding van verschillende planten nu
eens deze, dan weder gene grondstof ontmoet. De vier laatst-
genoemde eindelijk worden slechts uiterst zelden aangetroffen.
Om tot de kennis der anorganische stoffen, in eene plant
voorkomende, te geraken, verbrandt men deze, onder in acht-
neming van zekere voorzorgen ten opzigte van den aan te
wenden hittegraad, enz. Wat namelijk daarvan overblijft, —
de asch, — bestaat uit anorganische bestanddeelen en kan
nu, volgens scheikundige regelen, onderzocht worden. Het
tijdens de verbranding ontwijkende bestaat uit de organische
stoffen en water (dat in geene plant ontbreekt) {*). Om te
weten, welke organische verbindingen er in deze of gene
plant voorkomen, worden meer omvangrijke scheikundige
bewerkingen vereischt, welke intusschen door gelijktijdig
mikroskopisch onderzoek dikwijls zeer vereenvoudigd kunnen
worden.
Onder de anorganische stoffen in de planten komt vrij
menigvuldig de kiezelaarde voor (die o. a. een hoofdbestand-
deel van het gewone zand is). In sommige gewassen is het
in zulk eene hoeveelheid voorhanden, dat, als men ze zeer
voorzigtig verbrandt, men daarvan geheel of gedeeltelijk een
geraamte overhoudt, dat alleen uit kiezelaarde bestaat (zoo
b. v. de bladen van vele grassoorten). Sommige kunnen
daarom ook als polijst-werktuigen aangewend worden (b. v.
(*) liet wateigclialto van zeer saprijke plantcndcclcn bedraagt soms zelfs meer
dan 90 procent.