Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
heid. Zoo zijn er vele, welke zich nimmer met bepaalde andere
vereenigen, terwijl bovendien het minste te veel of te wei-
nig van die, welke voor onderlinge verbinding geschikt zijn,
óf niet in de vereeniging wordt opgenomen, óf het tot stand
komen daarvan belet. De aard en hoeveelheid der verbon-
dene enkelvoudige stoffen zijn evenwel niet altijd de eenige
oorzaken, waarvan het verschil in de zamengestelde stof-
fen afhangt. Zelfs bij volkomen gelijke zamenstelling vindt
men soms een groot onderscheid in voorkomen en andere
eigenschappen (men denke b. v. slechts aan het verschil
tusschen water en ijs). Dat onderscheid strekt zich nog zoo
ver uit, dat men sommige stoffen, in weerwil harer over-
eenkomstige scheikundige zamenstelling, met het volste regt
als overigens geheel van elkander verschillende zelfstandig-
heden beschouwt. Tot nog toe is men er niet in geslaagd,
al do hiertoe leidende oorzaken of voorwaarden te doorgron-
den ; het feit zelf is erkend, doch voor eene afdoende ver-
klaring nog onvatbaar. Stel nu, dat men u eenige elementen,
wat aard en verhouding betreft, voor onderlinge vereeniging
juist geschikt, ter hand stelde, met de opgave, daaruit de
verlangde zamengestelde stof te bereiden. Wat daarvoor tc
doen valt, zal u dikwijls elk scheikundig leerboek aanwijzen,
en ter uitvoering der op u genomene taak begeeft gij u in
den regel naar een scheikundig laboratorium, waar u die
hulpmiddelen ten dienste staan, welke gij daarvoor be-
hoeft, gelijk ook daar de gelegenheid wordt gevonden, om
zamengestelde stoffen tot in hare elementen te verdeelen.
Intusschen zal u de bereiding der zamengestelde stoffen uit
hare elementen niet altijd mogelijk zijn; — u niet, en zelfs
den grootsten scheikundige niet. Dit geschiedt daarentegen
.wèl in geheel andere scheikundige werkplaatsen dan in de
door menschenhanden gebouwde. De tot het dieren- en plan-
tenrijk behoorende schepselen zijn namelijk zulke laboratoria,
waarin eene menigte stoffen uit de van buiten (bij planten: uit
den bodem, het water of de lucht) daarin opgenomene elementen
worden zamengesteld, welke men te vergeefs zou willen be-
proeven uit die elementen te bereiden. Men beeft deze laatste
soort van verbindingen met den bijzonderen naam van or-
ganische of bewerktuigde bestempeld, in tegenoverstel-
3