Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
neer men ilagelijks slechts twee of drie verschillende zelf
ingezamelde planten naar eisch zal behandelen. Het doel der
inzameling toch is, om zich de kenmerken, waardoor de bij-
zondere deelen der planten zich van elkander onderscheiden,
zoo diep in het geheugen te prenten, dat men, bij latere
ontmoeting dierzelfde planten, haar oogenblikkelijk herkent.
Zoo is het althans in den beginne gesteld; er paren zich
liieraan namelijk nog vele andere bedoelingen, doch de ge-
noemde is voor den aanvanger wel de voornaamste. Deze
kieze dan ook in den eersten tijd alleen zoodanige gev/assen
uit, welke van groote bloemen zijn voorzien, of wel die,
waarvan hij de benaming reeds bij toeval mögt hebben ver-
nomen, zoo als: viooltjes, klaprozen, meiklokjes, wilde kas-
tanje, enz. In verschen staat worden nu de planten of de
daarvan afgesnedene takken zoo lang onderzocht, tot dat men,
hierin voorgelicht door een werk, waarin men verwachten
kan, die planten beschreven te vinden, zelf den naam ont-
dekt (*). Men noemt dit: het ,jdctermindren" van planten.
Men behoort hiervoor reeds kennis tc bezitten van de namen
der plantendeelen en van de uitdrukkingen, dienende tot be-
schrijving der menigvuldige verscheidenheden in den vorm,
de plaatsing, enz. dier deelen (f). Na het determinéren komt
het droogen te pas, hetgeen geschiedt door elke plant voor-
zigtig zoodanig tnsschen eenige vellen dik vloeipapier uit te
spreiden, dat haar natuurlijk voorkomen daarbij zoo veel
mogelijk bewaard wordt. Kenige dier aldus ingelegde planten
worden nu met boeken of steenen bezwaard, waardoor het
vocht, dat zij bevatten, in het vloeipapier indringen kan.
Den volgenden dag (bij zeer saprijke planten reeds na 6 uren)
worden de planten op dezelfde wijze tusschen dikker papier
ovcrgebragt en op nieuw geperst, en dit zoo lang herhaald tot
dat zij geheel droog zijn, waarna zij tussfïhen zuivere vellen
gelijmd papier bewaard worden, (§) Bij iedere plant voegt men
(*) Vooi'onze lezers bevelen u'ü hiervoor inzonderheid aan het werk van oudemans:
De Flora van Nederland, te Haarlem, bü iCruseman.
(t) Men raadplege hiervoor mijne; KunsUcoordeuletv der zigtbaar bloeijenJe planten^
Amst. en Utrecht, bö v. d. Post.
(§) Er zijn nog andere wijzen van droogen fn gebruik, zoo als het ophangen van do
tnsschen vloeipapier liggende planten, die van elkander zyn afgescheiden door
plankjes, van gaten voorzie -, op eene plaats, waar eene sterke Inchtstrooming be-
staat, en/.