Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
mikroskoop te kunnen bezigtigd worden. De oppervlakte,
die men door het laatste duidelijk te gelijk kan overzien, of
het zoogenaamde g e z i g t s v e 1 d , is
veel ruimer, terwijl ook het vergroo-
tingsvermogen aanzienlijker is, waarbij
nog
andere voordeden komen, van
wier opsomming wij ons hier echter
onthouden kunnen. (*)
ISIen moet gewoonlijk de voorwerpen
zoo dun en doorschijnend mogelijk
maken, om ze door het mikroskoop
te kunnen beschouwen. Daarvoor be- 19. Eekelvoadig mikrOskoop vao
zigtmen scherpe, breede scheermessen ZEISS.
of kleinere, goed snijdende mes-
jes, terwijl men zich eerst een
oordeel omtrent het waargeno-
mene kan veroorloven, wanneer
men onderscheidene doorsneden
heeft beschouwd, welke boven-
20. GBreödacliapbijniikroskopiscioiitok. ^ien, door in verschillende riï?-
' O
tingen te snijden, verkregen zijn. Zulk eene doorsnede wordt
nu door pincetjes of naaldjes opgevat en op een glazen
plaatje uitgebreid, door middel van een glazen staafje (ge-
het glaasje, waarop men het te onderzoeken voorwerp legt, te dragen. Door eene
fechroef kan deze op- en neêr bewogen worden. Van onderen eindelijk ia een be-
weegbare spiegel aangebragt, Maardoor het voorwerp verlicht woidt.
19. Hoewel verschillend in vorm en zich door meerdere voordeelen bij het ge-
bruik onderscheidende van het vorige, komt do hoofd-inrigting intusschen op het-
zelfde neêr.
(*) Voor den eerst-beginnende beoefenaar der plantkunde is echter alleen het
bezit van een goed enkelvoudig mikroskoop, welks sterkste lenzen een vergroo-
tingsvermogen van uiterlijk 120 malen bezitten, reeds zeer voldoende. De prüs
daarvan is tegenwoordig gemiddeld / 15 ä / 20. Bij de beste zamengestclde niikro-
skopen i3 de grens van het vergrootingsvermogen uiteilijk 12- tot 1500 malen; bij
sterkere vergrootingen gaan de grootte en helderheid van het gezigtsveld en ook de
duideiykheld van het beeld geheel verloren.
20. Hiertoe behooren: scheermessen, kleinere mesjes, naaldjes, penseelen, lang-
werpig-vierkante glazen plaatjes van ongeveer h Ned. duim lengte, 2 duim breedte
en eenige strepen dikte (voorwerpglaasjes) en zeer dunne vierkante glasplaatjes,
ter grootte van ongeveer 1 duim in het vierkant (dekglaasjes), pincetjes, glazen
bekers, horologieglazen, kleine bordjes of schaaltjes (tot opname of uitdrooging van
doorsneden), glazen staafjes, glazen klokken (om doorsneden voor ."-tcf te bewaren;,
een overlangs half doorgespletene kurk (om fijne voorwerpen, dio men niet in de
hand kan houden, om ze door te snijden, daartusschen te klemmen), een slyp-
steen, enz.