Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
406
of wel aan zekere der meest in 't oog loopende onder die
kenmerken (*), of zijn ook zonder zoodanige naam-afleiding
vastgesteld (t). De benamingen der naar bovengemeld schema
gevormde orden en klassen wijzen in den regel de bij de
indeeling aangenomene beginselen duidelijk aan.
Terwijl het ontwerpen der meeste groepen afhankelijk is van
de vergelijking der kenmerken,w^lke voornamelijk bij uitwendige
aanschouwing van de planten waarneembaar zijn, zoo hecht zich
daaraan eene bijzonderheid, welke voor het praktische leven
hare nuttige zijde heeft. Aan gelijkheid in bouw paart zich
namelijk in vele gevallen gelijkheid in scheikundige bestand-
deelen en mitsdien in werkingen. Wanneer men nu de natuur-
lijke groep, waartoe eene plant behoort, heeft erkend, dan kan
men daardoor eenigzins op het spoor komen van den aard
harer bestanddeelen en diensvolgens van hare werkingen op
menschen of dieren (§). Men besluite echter niet te vlug tot
zoodanige gelijkheid, wijl hierop ook vele uitzonderingen voor-
komen en zelfs de scheikundige bestanddeelen van overigens
gelijke planten en plantengroepen kunnen afwisselen naar ge-
lang van de gronden en streken, waarin zij gevestigd zijn.
Van het straks genoemde cijfer van 300,000, bij vermoe-
delijke begrooting, door sommigen aangenomen voor het getal
der thans levende plantsoorten, is tot dusverre slechts onge-
veer Ya hekend, terwijl hiervan zelfs nog een groot aantal
niet volledig beschreven en gerangschikt is. De uitgebreidheid
der stelselleer is hieruit af te leiden en inderdaad is deze zoo
aanmerkelijk, dat zij bijna niet te overzien is. De stelselleer
kan eerst dan harer voltooijing nabij komen, wanneer men
met de onderscheidings-kenmerken van alle plant-soorten en
met de plaats, welke hieraan in een deugdelijk natuurlijk
stelsel toekomt, bekend zal zijn. Wij zeggen van »alle plant-
soorten" en willen daarmede aanduiden, dat de stelselleer ook
Viola, Solaneae naar Solanum, enz, — De woorden familie en natuurlijke
orde worden somtijds als synoniemen gejezigd.
(*) B. V. Umbelliferae of schermdragenden, naar umhétla, scherm (z. b. bl.
249), Labiätae of lipbloemigen, naar de lipvormige bloemkroon (z. b. bl. i61),
Cruclferae of kruisdragenden, naar de kruisvormige plaatsing der bloembladen
(z. b. bl. 2.37), Leguminösae of peulgewassen, naar de vruchten fz. b. bl. 310), enz.
(+) B. V. Palmae, Gramlneae, Algae, enz.
(i) Al de Cruciferen bevatten b. v. een vlugtig, scherp bestanddeel; de Labiaten
eene riekende vlugge olie; dc Solaneën eene min of meer verdoovende stof, enz.