Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
404
van het getal der thans levende plantsoorten ook een belang-
rijk cijfer begrepen is van die, welke men wel als bestaande,
doch nog niet als bekend aanneemt. Zal een natuurlijk stelsel
in allen deele aan zijnen naam beantwoorden, dan moest men
ook alle bijzonderheden, welke aan de onderscheidene plant-
soorten eigen zijn, naauwkeurig kennen, — iets, waarvan
men nog zéér ver verwijderd is. In een goed natuurlijk stel-
sel mag men althans verwachten, die gewassen, welke in een
aantal eigenschappen met elkander verwant blijken te zijn,
bij elkander of opvolgend gerangschikt te vinden. Inmid-
dels stuit de geoefende vrij dikwijls op gapingen en onregel-
matigheden in het planten-net, waarvan ieder natuurlijk stel-
sel hem een beeld levert, welke hem de overtuiging geven,
dat tot aanvulling en ontwarring daarvan nog veel arbeid
en onderzoek vereischt worden. Eindelijk heeft ieder ontwer-
per van een natuurlijk stelsel zijne persoonlijke zienswijzen,
waardoor b. v. de een zich geregtigd acht, zekere bij planten
waarneembare bijzonderheden als minder beteekenend op te
vatten, terwijl een ander aan diezelfde bijzonderheden eene
veel hoogere waarde toekent. Dit blijft niet zonder invloed
op het getal en den omvang der groepen, door den eenen
en anderen voorgesteld.
Het verschil in de onderscheidene bekend gewordene na-
tuurlijke stelsels berust voornamelijk daarop, dat bij ieder
daarvan een ander hoofdbeginsel van indeeling, inzonderheid
voor de grootere groepen, is aangenomen. Zoo worden nog
het meest die van de candolle, de .tüssieu, endliciiek en
unger, lindley, cnz. gehccl of gedeeltelijk gevolgd. In dc
keuze daarvan kan ieder naar eigen gevoelen handelen. De
een vindt het b. v. beter, om alle planten in te deelen in
planten met en zonder vaatbundels, een ander in niet-, één-
en tweczaadlobbigen, een derde weder in planten, niet of wèl
voorzien van assen, enz., en zoo verder gaande die hoofdver-
deelingen weder te splitsen in minder omvattende onderdeelen,
waarvoor in ieder stelsel een eigen beginsel is aangenomen.
Het is intusschen begrijpelijk, dat veeltijds eene grootere of
kleinere groep uit het eene stelsel gelieel kan overeenkomen
met die uit een ander. Dit geldt inzonderheid van zulke
groepen, welke men, wegens de haar eigene scherp kenmer-