Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
403
merken, aan de meeldraden eigen (*); iedere klasse is weder
in eenige groepen — orden geheeten — gesplitst, waar-
van vele op bijzonderheden, aan de stijlen zigtbaar, berusten,
andere op zekere eigenschappen der vruchten, en de overige
op dezelfde kenteekenen als vele klassen, — in allen gevalle
op, bij eenige oefening, gemakkelijk waarneembare kenmerken.
De 24"" klasse (de groote afdeeling vormende) is door
LiNNAEüS in 4 orden verdeeld, welke meer natuurlijke dan
kunstmatige groepen zijn. Planten, welke nu blijken tot
deze of gene orde van de eene of andere klasse te be-
hooren , worden voorts in kleinere groepen verdeeld, —
geslachten genaamd, — wanneer zij vooral in de bijzon-
derheden van den bouw harer bloemdeelen overeenkomst
vertoonen, — terwijl ten slotte weder alle, welke tot één ge-
slacht behooren, in soorten worden gesplitst, waarvan de
onderscheiding voornamelijk berust op kenmerken, ontleend
aan de loofbladeren, stengels, enz. Het aantal individu's, welke
te zamen ééne soort vormen, is voor de onderscheidene plant-
soorten zeer verschillend. Het is dan ook niet te berekenen,
hoevele planten-individu's er tegenwoordig levend op de aarde
voorkomen ; — er zijn er, die het getal der thans levende soorten
op ongeveer 300,000 meenen te mogen schatten. Bij den uiteen-
loopenden bouw daarvan is het onmogelijk, zelfs wanneer die
allen naar een kunstmatig stelsel gerangschikt waren, eenig over-
zigt van hare meerdere of mindere gelijkenis te verkrijgen, wan-
neer niet een natuurlijk stelsel daartoe den weg baande. Het
behoort nu o. a. tot een der voordeelen van het kunstmatige
stelsel van linnaeus, dat eenige zijner klassen en zelfs zijner
orden zamenvallen met verschillende groepen van het een of
ander natuurlijk stelsel. Ofschoon men, zoo als reeds gezegd
is, hierbij, zoo veel mogelijk, op al de kenmerken der plan-
ten de aandacht vestigt, zoo is er echter tot nog toe geen
natuurlijk stelsel ontworpen, waarin men zich voor grootere
of kleinere groepen van kun.stmatige indeeling onthouden kon.
Bovendien overwege men, dat in de bovengemelde begrooting
(•) Tot de 5de klasse behooren b. v. alle planten, in wier bloemen 5 meeldraden
voorkomen; in de 14de klasse die allen, in wier bloemen zich 2 lange en 2 korte
meeldraden bevinden, enz, — Het getal, de vrije stind of zamenhang, de betrekkelijke
lengte, enz. der meeldraden leveren de voornaamste kenmerken dezer 23 klassen.
26*