Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
400
somtijds ook de scheikundige bestanddeelen, de eigenaardige
werking op menscli of dieren, de wijze van kweeking, enz,
De naam wordt in het Latijn aangeduid en bestaat meestal
uit twee woorden, waarvan het eerste (voor het geslacht) een
zelfstandig naamwoord, en het andere (voor de soort) gewoon-
lijk een bijvoegelijk naamwoord (*), doch somtijds ook een
zelfstandig naamwoord is (f). De opgave der kenmerken, liefst
insgelijks in het Latijn vervat, geschiedt in eene bepaalde
volgorde, naar de onderscheidene deelei;, b. v. van den wortel
af tot en met de kiem; bij mindere uitvoerigheid worden
voornamelijk de bloem, de vrucht, enz. beschreven, of einde-
lijk, zoo men nog korter kan zijn, alleen die deelen, die de
hoofdkenmerken tot onderscheiding vertoonen. — De woor-
den, waarvan men zich daarbij bedient, behooren allen zoo ge-
kozen te zijn, dat zij voor elk plantkundige verstaanbaar zijn
(z. b, bl. 29).
De beschrijving eener plant voldoet dan vooral aan haar
doel, wanneer zij bij iemand, die de plant te aanschouwen
krijgt, de overtuiging vestigt, dat hij de beschrevene en geene
andere plant voor zich heeft. Vindt men dus eene plant,
waarvan men de benaming niet kent, dan dient men daar-
voor geschriften tc raadplegen, waarin men hare beschrijving
verwachten kan, zoo als: Monographien, zijnde werken,
waarin enkele plant-soorten of slechts ééne kleinere of groo-
tere groep, of Flora's, waarin de op eene bepaalde plaats
groeijende gewassen, of Ilorti, waarin de in kruidtuinen
gekweekte planten, of omvattender werken, waarin b. v. alle
bekende planl-groepen, -soorten,enz. beschreven zijn, of wel
geschriften, waarin die planten zijn vermeld, welke bij de
behandeling van den een of anderen tak van toegepaste
plantkunde ter sprake moeten komen, of tijdschriften, waarin
van elke nieuw ontdekte plant de beschrijving wordt gele-
leverd, enz. De raadpleging van zulke bronnen is echter
niet mogelijk, zonder naauwkeurige kennis van wat men
noemt:
(•) B. V. rtola tricolor, driekleurig viooltje. — Onze Nederlandsche bena-
mingen berusten niet op een vast stelsel en zijn voor dezelfde inlandsehe plant som-
tijds verschillend in de onderscheidene streken van ons land.
(+) B. v. Lonicera Capri/ólium, kamperfoelie; het tweede zelf^t. naamw. wordt
alsdan even als het eerste met eene hoofdletter geschreven.