Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
396
vlek- en verkleurings-ziekten bij planten bekend, waarbij
nimmer zwammen opti-eden. Gemis aan de noodige voeding-
stoffen, luchttoevoer en licht-inwerking en daardoor veran-
dering der cel-bestanddeelen zijn hiervan de voornaamste
oorzaken; sommige daarvan kunnen dan ook weder onder
verbeterde omstandigheden min of meer herstel ondergaan;
andere leiden schier immer tot vroegeren dood dan gewoon-
lijk. Zoo duiden ook overmatige of eigenaaA'dige uitscheidin-
gen (van suikerhoudend vocht [honigdauw], gommen, harsen of
water) op stoornissen in de hoeveelheid of aard van de scheikun-
dige bestanddeelen der cellen, welke vaak aan afwijkingen in de
gewone toestanden van den dampkring worden toegeschreven.
Tot de gevaarlijkste en tot nog toe voor bestrijding geheel
onvatbare ziekten behooren zulke, waarbij zoowel de wanden
als de inhoud der cellen door onbekende oorzaken geheel
veranderd zijn, waarbij zich verschijnselen van versterf, ver-
molming, (drooge of vochtige) rotting, enz. aanvankelijk min
of meer plaatselijk openbaren, welke zich echter na korteren
of längeren tijd uitbreiden en den dood der geheele plant
veel vroeger en onder andere verschijnselen dan gewoonlijk
ten gevolge hebben.
Niet minder gevaarlijk eindelijk zijn die, welke als het
gevolg van vergiftiging te beschouwen zijn, doordien namelijk
aan den bodem, de dampkringslucht of het -water overigens
geheel vreemde scheikundige stoffen (b. v. licht-gas, de vlug-
tige producten van zekere metaal-bearbeidingen of van andere
industriële bewerkingen, enz.) in zeer ruime mate of althans
gedurende zeer langen tijd worden toegevoerd. ]Men begrijpt,
dat met het wegnemen dier meer toevallig werkende oorza-
ken voor de later ter zelfder plaatse groeijende planten ook
dan het gevaar als geheel opgeheven kan beschouwd worden,
wanneer de middelstoffen, waarin zij groeijen, weder tot ha-
ren regelmatigen toestand zijn teruggekeerd.
toegeschreven aan eene vochtige rotting, ten gevolge van zekere nadeelige, in hunnen
aard nog niet juist bekende invloeden, van lucht-, weêrs- of bodemgesteldheid, en de
daarbij voorkomende zwammen (z. b. fig. 154 a) worden dan als vergezellende of
opvolgende verschijnsels dier rotting beschouwd.
«^Op blz. 209 moeteu dc letters a en & onder fig. 260 in hare iilaatsing verwisseld worden.