Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
387
seis, de onderscheidene plantendeelen, de geheele plant in 't
algemeen en voorts in de bijzondere planten of plantengroe-
pen omgaat. Men is daarvan echter nog zeer verwijderd;
aan de juiste kennis van die allen in gezonden staat ont-
breekt namelijk nog te veel, om zulk eene ziekte-leer te
kunnen ontwerpen.
De aanleg voor afwijkingen en ziekte-toestanden bij planten
moet gezocht worden óf in eenen ongewonen staat van de haar
eigene weefsels (z. b. bl. 33-0), óf in wijzigingen der op haar in-
werkende uitwendige invloeden. Er zijn zelfs, die alléén en in
alle gevallen van ziekelijkheid de laatsten als oorzaak be-
schouwen ; het valt echter niet te betwijfelen, dat een ziekte-
toestand, waarin planten of plantendeelen verkeeren, ook wel
in verband kan staan met den meer of minder gevorderden
ouderdom, met de verscheidenheid der zamenstellende weef-
sels, (hoe zamengestelder b. v. de bouw, des to eerder komen
er ziekte-toestanden voor,) enz. Vooral echter wordt dit be-
vestigd door het feit, dat er niet zelden onder vele overeenkom-
stige, onder geheel gelijke omstandigheden ontstane en groeijende
gewassen, enkele zijn, welke zekere stoornissen in den regelmati-
gen gang hunner ontwikkeling vertoonen, waarvan al de overige
vrij blijven. Belangrijk is het echter met datgene bekend te
zijn, wat onder de uitwendige invloeden als oorzaak te be-
schouwen is, vooral wanneer men het vermogen heeft die
zelf te regelen, zoodat men daardoor b. v. deze of gene af-
wijking of ziekelijkheid — welke men om de eene of andere
reden zoo duurzaam mogelijk verlangt te bestendigen, —
kan behouden en ook op afstammelingen van de planton,
waarbij zij zich vertoont, kan doen overgaan.
Door aldus b. v. den toestand van den bodem, de mate
van bevochtiging, den graad van licht-inwerking, enz. naar
eigen goedvinden en op grond van ervaring te besturen,
mogt het de kweekers gelukken, op den duur eene reeks
van verschijnselen bij zekere planten tot stand te brengen,
welke zij in haren vrijen, natuurlijken staat gewoonlijk niet
vertoonen. Zoo b. v. wortel-verdikkingen (bij peenen, rapen,
enz.), blad-vcrgrootingen (bij vele koolsoorten, enz.), bloem-
knop-woekeringen (bij bloemkool, enz.), allerlei wijzigin-
gen in bloem- en vruchtdeelen (zoo als de ontwikkeling van
25*