Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
379
gewassen tot een later tijdperk van haar bestaan te ver-
schuiven (*).
Bij nog andere planten volgt eerst na meer jaren de bloei-
en vruchttijd (z. b. bl. 372) en eerst dan sterven zij van
lieverlede.
Zeer vele gewassen eindelijk bezitten het vermogen, door
middel van overblijvende onderaardsche of bovenaardsche
assen, nadat zij eenmaal gebloeid en vruchten voortgebragt
hebben, meermalen (door herhaalde knopvorming,) dezelfde
■reeks van verschijnselen in een aantal volgende jaren te
doorloopen. Vooral schijnt aan vele boomen een onbegrens-
de tijd van bestaan eigen te zijn, zoodat men hunnen dood
vaak alleen van toevallig inwerkende nadeelige invloeden
afhankelijk kan stellen (z. b. bl. 368).
Openbaren zich nu de verschijnselen, welke men tot » het le-
ven" rekent, niet meer, dan volgen er andere; de produkten
van ontbinding en verrotting treden op en strekken op hunne
beurt tot bouwstoffen voor andere natuur voorwerpen.
ii. BIJZONDEBE LEVENSVERSCHIJNSELEN.
Iedere plant leeft op de haar in 't bijzonder eigene wijze
(z. b. bl. 328). Geene is er, of zij openbaart verschijnselen,
welke bij andere als s-oodanig niet voorkomen. Alléën zulke
planten, welke onderling volmaakt gelijk zijn en onderge-
heel dezelfde omstandigheden leven, zouden hiervan
uitgezonderd moeten worden. Zoo komen zij echter nergens
voor.
Al wat er tijdens het bestaan van eene plant of hare
deelen daarbij eigenaardigs, d. i. daaraan alleen eigen, moge
voorkomen, hetzij in de gedaante, den stand, de rigting, den
zamenhang, de indeeling, de grootte, het getal, den duur,
enz., — hetzij in den bouw der weefsels, den aard en de
hoeveelheid der scheikundige bestanddeelen, de physische
zelfstandigheid, enz. is als een bijzonder verschijnsel te be-
schouwen, waaronder zich de groei openbaart. Men maakt
O. a. bij de rangschikking der gewassen gebruik daarvan,
(*) Omgekeerd heeft men twee- en zelfs meerjarige planten door overbrenging in
een ander en met name warmer klimaat niet zelden in éénjarige zien veranderen.