Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
872
De meest algemeen voorkomende wijze van vermeerdering der
zaadplanten is die door middel van kiemen bevattende zaden. Tot
het ontstaan van dezen wordt de aanraking van een stuifmeel-
buis met een kiemblaasje vereischt (Hoofdst. XV), welke men
dus als de meest gewigtige vormsels van de voortplantings-
deelen (z. b. bl. 238) beschouwen kan. Het optreden dier
deelen met de hen meestal omringende omhulsels is het ken-
schetsende van dat tijdperk in het bestaan der zaadplanten,
hetwelk men haren bloeitijd noemt. Hierin heerscht veel
verschil; zoo bloeijen eenjarige planten (kruiden) nog in het-
zelfde jaar van haar ontstaan; bij tweejarige planten komen
de bloemen eerst in het tweede jaar te voorschijn; bij andere
planten nog later; bij sommige struikgewassen (z. b. bl. 86)
reeds in het eerste jaar, bij andere pas in het tweede, derde
of vierde, enz. Boomen eindelijk beginnen voor 't eerst veel
later te bloeijen, b. v. pas in hun 12''', 16'''', enz. ja zelfs
somtijds pas in hun 40»" of SO''" jaar (z. b. bl. 240); dit
schijnt in verband te staan met de meerdere of mindere snel-
heid van hunnen groei en ook met den duur van hun be-
staan ; de warmte, welke op die boomen inwerkt, draagt ook
voor een deel daartoe bij, daar onder een heeter klimaat
(gelijk cok op verschillenden bodem) die bloeitijd niet zelden
vroeger invalt. Bij meerjarige gewassen keert nu telken jare de
bloeitijd terug of verloopen er eenige jaren vóór dat zij we-
der bloeijen. Zoo kan omgekeerd onder bijzonder gunstige
omstandigheden, b. v. in een warm en tevens vochtig najaar,
dezelfde boom in één jaar tweemaal bloeijen. Enkele planten
bloeijen reeds bij den aanvang der lente, de meeste later;
eenige zelfs in den winter. In andere luchtstreken dan de
onze, waar zich dus de wisseling van jaargetijden door an-
dere verschijnselen kenmerkt, is ook in dit opzigt veel verschil
merkbaar. Niet minder verscheidenheid eindelijk heerscht er
in den duur van den bloeitijd zeiven; de omhulsels van som-
mige bloemen zijn zoo slechts eenige uren geopend; van an-
dere gedurende eenige dagen of meerdere weken. Er zijn
ook gewassen, welke vrij langen tijd na de verwelking hunner
eens gevormde bloemen telkens nieuwe voortbrengen. De
kweekkunst bezigt ook, ter bevordering van dit verschijnsel,
hier en daar met goed gevolg zekere hulpmiddelen, allen