Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
heeft. Alleen wil ik u nog mededeelen, dat onder de reistogten
naar allerlei streken des aardbols ondernomen, welke de ken-
nis der planten aanmerkelijk uitbreidden, ook die naar onze
Oost-Indische bezittingen eenen rijken voorraad aan de natuur-
kundige verzamelaars opleverden. Bovendien werd voor de be-
studering der planten een geheel nieuw veld geopend, nadat
door onzen landgenoot Zacharias Jansen, van Middelburg, in
1590 het zamengestelde mikroskoop was uitgevonden. Van
vergrootglazen bediende zich ook o. a. met uitstekende vrucht
de Delftsche geleerde Antonius van leeuwenhoek (geb. 1632,
t 1723), om het maaksel der gewassen naauwkeuriger te leeren
kennen. Ook strekte ons vaderland gedurende twee jaren tot
verblijf aan den onovertroffenen kael linnaeus (geb. 23 Mei
1707 te Roshult in het zuidelijk gedeelte van Zweden, overl.
als hoogleeraar te Upsala 10 Januarij 1778), alwaar hij den
248ten Junij 1735 te Harderwijk tot doctor in de geneeskunde
werd gepromoveerd, o. a. met boerhaave te Leyden en Jo-
hannes bukmann te Amsterdam in vriendschap verkeerde en
met het toezigt over den tuin van het landgoed „de Harte-
camp" bij Haarlem (aan den Engelschen gezant Clifford
toebehoorende) bekleed was. — Met het optreden van linnaeus
is o. a. ook een geheel nieuw tijdvak in de geschiedenis der
plantkunde aangebroken, en in menig opzigt is zijn gezag te
regt nog in onze dagen geldig gebleven en zelfs de verste na-
geslachten, die zich met wetenschap zullen bezig houden, zul-
len steeds met eere en dankbaarheid den naam van linnaeus
herdenken.
Intusschen is, gelijk reeds gezegd is, de toestand en rig-
ting der plantkunde tegenwoordig geheel anders dan ten tijde,
dat de Linnaeaansche school schier uitsluitend de heerschende
was, en wel vooral ten gevolge der ontdekkingen en vorde-
ringen op het gebied van schei- en natuurkunde. Wij zijn
nog niet zeer lang dit nieuwe tijdperk ingetreden, doch de
plantkunde is toch gaandeweg zoo omvangrijk geworden, dat
er wel niemand zal gevonden worden, die al de onderdee-
len, waarin men haar splitsen moest, even grondig zal kun-
nen beoefenen. Al die onderdeden nu hebben reeds hunne
eigene geschiedenis; enkele daarvan zijn eerst in hun ontstaan ;
geen daarvan is voltooid, en nog veel blijft cr te vragen over,