Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
367

Wat geschiedt er met de voedingstoffen in de
planten?
De veranderingen, welke de zich verspreidende vloeistof
ondergaat, op den voet te volgen, is onmogelijk; men moge
zich van de noodzakelijk hierbij voorvallende scheikundige
werkingen eenige meer of minder gegronde voorstelling kun-
nen vormen, — met zekerheid erkennen wij alleen hier en
daar de laatste resultaten dier veranderingen en omzetting
van stoffen: — »stofwisseling". Er moet eene assimilatie,
er moet eene voeding bestaan; hoe zij in hare naaste bij-
zonderheden tot stand komen, is ons onbekend. Even onze-
ker is de aanleiding van en heigeen er omgaat bij de af-
scheiding van oliën, melksappen, gommen, harsen, enz. op
bepaalde plaatsen in de planten. Onder hetgeen er uitge-
scheiden wordt, zijn, zoo als meermalen gezegd is, bepaalde
gassen en waterdamp (*) het gewigtigst, als het naast in ver-
band staande met de in de planten voorvallende scheikundige
veranderingen. Met de ontwijking van water als damp (en
soms ook in dropvormig-vloeibaren staat), hetgeen nog meer
dan ^/j van het in de wortels ingedrongene water bedragen
kan, ontwijken tevens andere stoffen, die wel eens op de op-
pervlakte der plantendeelen, als kleverige, wasachtige, sui-
kerhoudende bekleedsels, enz. liggen blijven. Zoo kunnen
echter ook oorspronkelijk als afgescheidene stoffen in de
plant gevormde zelfstandigheden door ophooping uit de cellen
en kanalen, waarin zij bevat zijn, werktuigelijk naar de op-
pervlakte doordringen (•)■). Uit planten (b. v. cactussen) en
plantendeelen (b. v. bladeren van aloë en andere zoogenaamde
vetplanten) van zeer vleezigen, saprijken bouw of lederach-
tigen toestand (b. v. oranje-, klimop-bladeren, enz.) is de
water-verdamping zeer gering (z. b. bl. 93).
Bij het omtrent den aard van de in- en uittredende
gassen reeds gezegde (z. b. bl. 354 en 361) voegen wij hier
nog bij, dat waterplanten nagenoeg dezelfde verschijnselen te
(*) De uitscheiding der eerste is met de intreding van andere soms ademhaling,
die van den laatsten uitwaseming genoemd.
(+) Dat de wortels stoffen, die voor de planten onbruikbaar of overtollig zouden zijn,
uitscheiden, wordt thans niet meer aangenomen; wel, dat met iedere intreding van
vloeistof in de jeugdigste cellen der wortels noodzakelyk eene uittreding van vloei-
stof gepaard moet gaan.