Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
thkophrastos (geb. 371 v. Chr.) zijn enkele geschriften
over planten bij de nakomelingschap bewaard gebleven, en
wat later onder de Romeinen door cajüs pliniüs secun-
dus (geb. in 23 n. Chr.) omtrent de planten is medegedeeld,
was een mengsel van waarheid en verdichting en bestond
grootendeels in uittreksels uit oudere werken. — Onder ne-
ro's regering (ongeveer 60 n. Chr.) schreef pedakios dios^
KÓRiDES een werk over de leer der geneesmiddelen, waarin
hij slechts van omstreeks een 800-tal planten melding maakte,
en gedurende nagenoeg 10 eeuwen werd dit als de eenige
deugdelijke bron voor de kennis van planten beschouwd; ja
zelfs meende men tot in de eeuw, dat in liet genoemde
en in een gedeeltelijk daaruit geput werk van den Ara-
bischen arts avicenna (eigenlijk ebn sina, geb. 980) alle
op de aarde levende gewassen waren opgesomd.
Eerst na het ontdekken van vroeger onbekende wereldstre-
ken, en na de uitvinding der boekdrukkunst, ondersteund
door de graveerkunst in hout, koper, enz. werd de plantkunde
weder met meer lust en vrucht beoefend en was dit inzon-
derheid het geval met Duitsche artsen en leeraars, zoo als:
otto erunfels (f 1534), hieronymus bock of tragus (geb-
1498, t 1Ó54) en Leonhard fuchs (geb. 1501, t 1565).
Hierbij noemen wij nog, onder de Duitschers: cordus, vader
en zoon, cameriirius en tabersaemonthkus ; onder de
Zwitsers: koexraad gesner; onder de Italianen: andrea
cesalpini, en onder de Nederlanders: rembert dodocns of
dodonaeus (geb. 1517, t 1586), hoogleeraar te Lejden,
matthias de l'obel of LOBELius (geb. 1538, f 1616) en
charles de l'eCLUSE of karel clüsius (geb. 1526, f 1609),
hoogleeraar te Leyden,
Men begon van lieverlede ook kruidtuinen aan te leggen,
waardoor de liefde en gelegenheid voor de bestudering der
plantkunde zich langzamerhand uitbreidden. (*)
Ik zal u thans, mijne lezers en lezeressen, de geschiedenis
der plantkunde niet verder kunnen ontvouwen , omdat de
historische ontwikkeling van eenen tak van wetenschap niet
begrepen kan worden, wanneer men dezen nog niet beoefend
i*) De Ilortua te Leyden werd aangelegd in 1577, die te Utrecht in 1638 (in 1724
Tgrplaatst), die te Groningen in 1641 en die te Amsterdam in 1682,