Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
359
het hoogste warmte- doch het geringste scheikundige vermogen
van het licht gelegen. Dat dit alles voor kweekers, o. a. ten
opzigte van de plaatsing en kleur der glazen bekleedselen
hunner broeikassen, van gewigt en voor toepassing vatbaar
is, zal u niet verwonderen. Moge dan ook aan üe warmte
haar aandeel toekomen in het verschil van verschijnselen,
welke dezelfde planten des daags en des nachts vertoonen,
zoo mag daarnevens niet over 't hoofd worden gezien, wat
daarvan ook op rekening van het licht te stellen is. Zoo
b. v. het verschil van de door de groengekleurde deelen ontwij-
kende (z. bl. 361) en intredende (z. b. bl. 354) gassen; zoo
wijders dikwijls het verschil in de rigting en stand van blad-
stelen, bladschijven, bloemstelen en bloemen van vele planten,
waarvan men die verschijnselen, welke men des nachts daaraan
opmerkt, bestaande in meerdere daling, zamenvouwing, aan-
eensluiting, enz. overdragtelijk den slaap genoemd heeft (*),
terwijl men de herstelling tot den vroegeren toestand, welke
zich korter of langer na de hernieuwde inwerking van het licht
openbaart, het ontwaken heeft genoemd. De onderschei-
dene planten of liever plantendeelen, waarbij dit verschil
wordt opgemerkt, behoeven voor het tot stand komen hiervan
niet allen eene gelijke mate van licht of verduistering. De
waarneming, dat niet alle bloemen zich op denzelfden tijd
van den dag weder ontplooijen, heeft bereids aan linnaküs
tot het denkbeeld geleid, om door eene reeks van planten, wier
bloemen zich achtereenvolgens openen (en geur verspreiden),
eene soort van tijdwijzer te ontwerpen, zoodat in dit opzigt
o. a. n morgen-, middag-, avond- en nachtbloemen" kunnen onder-
scheiden worden. De beide laatste groepen doen reeds vermoe-
den, dat het hier besprokene verschijnsel wel niet geheel,
althans niet altijd van de eigenlijke lichtstralen zal afhan-
(•) Zij loopen voortl in 't oog by de gevinde en uit 8 blaadjes zamengestelde bla-
deren (z. b. b.. 160), waarbij namelijk de bladstelen meestal dalen en de schijven der
blaadjes digt tot elkander naderen. Van de bloemdeelen zijn het met name de om-
hulsels cn meer bijzonder de bloemkroonen, welke zich bij het verminderen en ver-
dwijnen van den licht-invloed zamenbuigen; wijders de bloemstelen van hoofdjes,
welke zich dan naar beneden rigten en eindelijk ook de bloemstelen en bloempjes
van kor/jes (2. b. bl. 247), waarvan de eersten zich benedenwaarts keeren en de
stralen (z. b. bl. 248) zich binnenwaarts en digt naar elkander toewenden, hetgeen
eigenlijk het gevolg is van de binnenwaartsche buiging der omwindsels (z. b. bl.244).