Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
353
Behalve o. a. voor zuurstof- en koolzuurgas, welke als zoo-
danig in de planten grootendeels regtstreeks uit de damp-
kringslucht intreden, is dus voor verreweg de meeste harer
voedingstotfen (waaronder trouwens ook voor deze en andere
gassen, op zich zelf, of met andere stoffen verbonden en in
water opgelost,) de bodem de hoofdbron.
Niet al zijne bestanddeelen bevat de bodem echter reeds
terstond en bestendig na zijne vorming. Verschillende dier be-
standdeelen namelijk worden, voor zoo ver zij o. a. uit de
dampkringslucht afkomstig zijn, naar gelang van hunnen aard
en hunne hoeveelheid, daaruit in afwisselende mate aan den
bodem toegevoerd; omgekeerd, vervlugtigen vaak stoffen, die
in den bodem ontstaan zijn, in de dampkringslucht.
Dc dampkringslucht bestaat, even als de bodem, uit ver-
schillende bestanddeelen. De hoeveelheid van enkele daar-
van is op onderscheidene tijden en plaatsen bestendig de-
zelfde, die van andere is echter zeer afwisselend. Dit laatste
is o. a. een gevolg daarvan, dat, terwijl de dampkringslucht
gestadig nieuwen toevoer van stoffen ontvangt, welke van de
aardkorst zelve en van hetgeen zich daarop bevindt, in gas-
of dampvormigen of althans in zeer fijn verdeelden toestand
losraken, die stoffen echter niet steeds en overal in aard en
hoeveelheid gelijk zijn. Hierbij komt nog, dat de eene stof
langer dan de andere geschikt is, als bestanddeel of bijmeng-
sel van de dampkringslucht te blijven bestaan, hetgeen intus-
schen niet altijd van den aard dier stof zelve afhangt, maar
op bepaalde tijden verschillen kan , naar gelang namelijk
van den toestand, waarin zich alsdan overigens de damp-
^ kringslucht bevindt. Wat de dampkringslucht niet of niet
langer bevatten kan, valt weder aSn de aardkorst in denzelf-
den of in gewijzigden foe.stand ten deel. Voor zoo ver nu de
dampkringslucht een der bronnen van voedingstoffen voor de
planten is, moet er dus een verschil worden gemaakt tusschen
die bestan Ideelen, welke daaruit regtstreeks in "de planten
intreden en andere, welke eerst in den bodem moeten opge-
doel, den bodem achtereenvolgens bijzondere bestanddeelen te doen onttrekken door
die bepaalde planten, welke deze bestanddeelen voor haren groei niet ontberen kun-
nen. Hierbij lieeft de bodem later, g-^dnrende den opvolgenden groei van andere plan-
ten, welke andere bestanddeelen daaraan onttrekken dan de vorige, den tijd, om
weder te worden aangevuld met dezelfde bestanddeelen als de vroeger verlorene.
23