Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
349
De regtstreeksche ontwikkeling van sporen of broeicellen
tot eene plant, of wel de aanvankelijke uitbreiding van spo-
ren tot eene voorkiem, wordt vaak ook kieming genoemd.
Nog onzeker is het, of men het regt heeft, die in alle opzig-
ten met de geschetste kieming te vergelijken (z. b. bl. 107),
te meer wijl men nagenoeg geheel onbekend is met de schei-
kundige werkingen, welke bij den groei van sporen, enz.
plaats vinden, terwijl men die bij de kiemen vrij goed kent.
Van daar dat men vaak te vergeefs sporen tot ontwikkeling
tracht te brengen, omdat men o. a. nog de voorwaarden voor
haren groei niet kunstmatig nabootsen kan. Hierbij is niet zelden
ook uit het oog verloren, dat de sporen, evenzeer als de
kiemen, eenen korteren of längeren rusttijd vóór haren groei
noodig hebben, terwijl het anderzijds gebleken is, dat de spo-
ren van sommige gewassen (b. v. van varens) vaak zeer lang
het vermogen, om tot voorkiemen, enz. uit te groeijen, behou-
den, terwijl die van andere spore-planten (b. v. van vele
mossen) het vermogen tot verderen groei zeer spoedig verliezen.
Is door eene zaadplant het tijdperk der kieming doorloo-
pen, dan openbaart zich gewoonlijk haar verdere groei o. a.
in de daarop volgende ontwikkeling van bladknoppen, waar-
door nieuwe of verlengsels van bestaande assen en daarop
bevestigde bladeren te voorschijn komen, wijders in het
optreden van bloem-deelen en eindelijk in de vorming van
al wat tot de vrucht behoort.
De groei van eene plant berust op den groei harer weef-
sels ; die van een weefsel op dien zijner cellen; die van eene
cel is het gevolg van voeding; — mitsdien is ook de groei
van eene plant het gevolg van voeding. De aan assimilatie
onderworpene stoffen, zijnde namelijk de zoodanige, waardoor
eene plant ten slotte onderhouden en uitgebreid, d. i. ge-
voed kan worden, kan men derhalve hare »voedingstoffen"
in engeren zin noemen. In ruimeren zin kan men voeding-
stoffen eener plant al die zelfstandigheden noemen, welke,
als een deel van datgene wat de plant omringt, daarin intre-
den en geheel of gedeeltelijk geschikt en bestemd zijn tot as-
similatie. De assimilatie bestaat in de verandering der in