Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
343
ongemeen ruim watergehalte en de groote verscheidenheid
van vormen, waaronder het optreedt.
Jeugdig parenchym (z. b. bl. 70) en teeltweefsel (z. b. bl.
71) zijn rijk aan proteïne-stoifen, daardoor met name bestemd
tot cel-vermeerdering, enz. Ontwikkeld parenchym (z. b. bl.
70), waartoe ook de mergstraal-cellen en het houtparenchym
behooren (z. b. bl. 88), vertoont of sterke wand-verdikkingen,
of het bevat bij teêre wanden bijzondere tijdelijk (zoo als
zetmeel, suiker, enz.) of meer duurzaam (zoo als kleurstoffen,
kristallen, zuren, enz.) daarin afgescheidene stoffen. — Vooral
blijven de levensverschijnselen in de mergstraal-cellen veélal
zeer lang in stand en bepalen zij daardoor eene zekere (na-
melijk dwarse) rigting van de sapbeweging in de planten,
waarin zij voorkomen.
Vaten (z. b. bl. 72) en houtvezel-weefsel (z. b. bl. 76) ver-
keeren slechts betrekkelijk korten tijd in levenden toestand,
ten gevolge van de verhouting hunner wanden, welke spoe-
dig het doordringen van vloeistof belet; of echter de meestal
daarin voorhandene lucht zonder verderen invloed blijft, is
niet beslist.
Bastvezelweefsel daarentegen (z. b. bl. 76) blijft veel lan-
ger doordringbaar voor vloeistof en kan daardoor langer in
levenden toestand blijven.
Vaatbundels (z. b. bl. 79) bepalen door de plaats, welke zij
innemen, eene hoofdrigting van de sapbeweging (zich regt-
hoekig kruisende met die in de mergstralen), omdat deze
O. a. met name door de teeltcellen en overige tot doorlating
van vloei.stoffen geschikte celsoorten, welke tot de bestand-
deelen der vaatbundels behooren, plaats heeft. — In de stam-
men der tweezaadlobbigen nemen dus hieraan, behalve en
voornamelijk het teeltweefsel, het splint en de jongst ge-
vormde bastlagen sterker deel dan de (vaak op zich zelf
reeds doode) kern van het hout en oudere bastlagen (z. b.
bl. 89).
Opperhuidsweefsel (z. b. bl. 90) onderscheidt zich vooral
door zijne eenerzijds regtstreeksche gemeenschap met de om-
ringende middelstof (aarde, lucht of water) der plant, waar-
toe het behoort, en al de gevolgen daarvan. Als epithelium
dient het vooral tot afscheiding van stoffen; als epiblema is