Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
337
pelijke wijze (z. b. bl. 33) wordt nu het opgenoraene bene-
vens het reeds in de cel aanwezige veranderd; er worden
hieruit namelijk o. a. allerlei nieuwe stoffen in de cel
gevormd. Fjcn gedeelte hiervan draagt bij tot de instand-
houding of den groei der cel zelve; daarvoor wordt ver-
eischt, dat de nu voorhandene stoffen eerst in de cel geas-
simileerd (*) worden, d. i. zoo verwerkt, zoo omgezet, zoo
veranderd, dat zij, ofschoon aanvankelijk in gansch anderen
toestand verkeerende, ten laatste gelijk worden aan de stof,
waaruit de cel zelve reeds van haren aanvang af bestond,
en bovendien kunnen bijdragen tot haren verderen groei.
Stoffen, die aan zoodanige assimilatie onderworpen waren,
kan men in engeren zin de voedingstoffen der cel noemen,
omdat de cel daardoor ten slotte onderhouden en uitgebreid,
d. i. gevoed wordt. De voeding namelijk bestaat in den
overgang van geassimileerde stoffen tot den toestand van
wijls geëvenredigd aan de mindere digtheid van de vloeistof, zoodat b.v. zuiver
water aan de eene zijde veel sneller door het vlies heendringt dan het water aan
de andere zijde, waarin het een of ander opgelost is. Daarop komen echter ook uit-
zonderingen voor en zelfs is hierop de aard van het vlies van invloed. Dierlijke
vliezen (b.v. een stukje blaas) doen hetzelfde; intusschen dringt b.v. door de laatsten,
wanneer daardoor (het zoo veel zwaardere) water en (den ligteren) wijngeest vr.n
elkander gescheiden zijn, het water veel sneller heen dan de wijngeest; door een
plantaardig vlies dringt omgekeerd de wijngeest veel spoediger dan het water door.
Ook is de dikte van het vlies en zijne scheikundige zamenstelling daarop van invloed.
Bovendien moeten de in de gescheidene vloeistoft'en voorhandene zelfstandigheden
geheel daarin opgelost zijn, zullen zij door het vlies heendringen ; er moet zelfs mO'
gelijkheid tot vereeniging van beide vloeistoffen ook in ongescheiden staat bestaan,
enz. Men heeft het verschijnsel osmose ofdiosmose genoemd en noemt daarbij
in 't bijzonder dat van het intreden eener vloeistof in een overigens gesloten vlies
endosmose, dat van uittreding exosmose. Ook is er de naam van diffusie aan
gegeven; deze wordt echter meer bepaald toegepast op het zich langs gelijken weg
vormende evenwigt tusschen gassen of dampen, wier soortelijk gewigt of digtheid
verschillend is. Het (veel zwaardere) koolzuurgas en het (veel ligtere) waterstofgas b.v.,
door een plantaardig of dierlijk vlies van elkander gescheiden, zullen daar doorheen
dringen en zich met elkander vermengen, tot dat er evenwigt in de aan weêrs>
zijden van het vlies aanwezige gasmengsels zal z\in ontstaan. — Stel u nu den wand
van het vat b als een geheel plantaardig vlies, b.v. eenen celwand voor en bevindt
zich dus binnen in de cel eene vloeistof van grootere digtheid of soortelijk gewigt
dan eene vloeistof, waarmede die cel van buiten omringd is, dan dringt deze laatste
met al het daarin opgeloste door den wand in de holte der cel (endosmose); gelykty-
dig, doch veel langzamer dringt iets van haren inhoud naar buiten (exosmose), hetgeen
zoo lang zal aanhouden, tot dat de digtheid van de buitenste en binnenste vloeUtof
nagenoeg geiyk is. Is omgekeerd de vloeibare inhoud minder digt dan de omringende
vloeistof, dan dringt de eerste veel sneller door den celwand naar buiten dan de
laatste daar doorheen naar binnen dringt, enz. — Met gassen of dampen vaa vetschil-
lende digtheid in en rondom eene cel zal hetzelfde geschieden.
(*) Van een Latijnsch woord, hetgeen „gelyk maken" beteekent, afgeleid.
22