Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
XVIII.
WAARDOOR EN HOE LANG PLANTEN BESTAAN
KUNNEN BLIJVEN.
Behoudens de deugdelijkheid van de haar eigene weefsels
en behalve van hetgeen hierin zelf omgaat, hangt het
bestaan eener plant van bepaalde uitwendige invloeden af.
Dit moest gij zelven wel bespeurd hebben, wanneer gij
ooit eenige zorg aan een door u gekweekt plantje hebt
toegewijd; toen kon het u toch gebleken zijn, dat het eene
zekere mate van licht, van warmte, van bevochtiging, enz.
behoefde, om te tieren. Het minst dacht gij daarbij wel-
ligt aan den toch zoo veel beteekenenden invloed, door de
dampkringslucht op uw plantje uitgeoefend, en evenmin werd
door u de groote waarde beseft van den bodem, waarin het
bevestigd was; zoo het maar stevig in »aarde" stond, dan
vraart ge reeds tevreden. Dat echter die zwarte aarde, dat
kleurlooze water en die onzigtbare dampkringslucht de bouw-
stoffen leverden voor den groei van uw plantje, — dat hadt
ge niet vermoed, of liever, daarover hebt ge misschien nog
niet nagedacht. Het werd steeds gi-ooter; er kwamen knopjes
aan; bloemen traden te voorschijn; het vormde zelfs vruchten
met zaadjes daarin, enz. — en wanneer ook al bij u nu en
dan de vraag oprees, waardoor dit alles zoo tot stand kwam,
dan was welligt het antwoord «omdat het leeft" voldoende
voor uwe weetgierigheid, en bleeft gij voortgaan met het te
besproeijen, omdat ge wist, dat het anders »dood zou gaan."