Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
S2l

de aanvankelijk in den
kiemzak gevormde en
de overige cellen van
de kern des zaadknops
geheel verdrong, ,,,, ,
® , ® . 448. Kiemwitlooze zadeD.
Waar het aanwezig
is, kan zijn oorsprong verschillend zijn; het kan namelijk
binnen in den kiemzak gevormd zijn, voor zoo ver die ruimte
niet door de kiem ingenomen, of wèl, wanneer de kiemzak
geheel met de kiem is gevuld, buiten den kiemzak, uit de
overige cellen van de kern des zaadknops. Slechts zelden (*)
vindt men beiderlei (zoogenaamd »in-" en »uitwendig") kiem-
wit tegelijk in ëén zaad; in den regel namelijk slechts ëën
van beiden. — Over 't algemeen bevatten de zaden der één-
zaadlobbigen veelvuldiger kiemwit dan die der tweezaad-
lob bi gen.
Naar de velerlei vormen, welke aan de zaden
eigen zijn, voegt zich ook bij de kiemwit bevat-
tende zaden de gedaante van het kiemwit, welke
vooral bij dwarse doorsnijding van zulke zaden
duidelijk zigtbaar wordt.
Gewoonlijk omringt het de kiem van alle zij-
den (fig. 447 B en C); enkele malen ligt het ter zijde van
de kiem (fig. 127 en 129), of wordt het zelf door de ge-
kromde kiem omringd (fig. 447 d).
De kiem — waarover reeds vroeger (Hoofdst, VI) gespro-
448. A. Zaad van eene erwteplant {Pisum satlvum), aan den knopdrager bevestigd
(vergel. fig. 891), die op de aanhechtingsplaats eene kleine halvemaan-vormige uitbrei-
ding bezit. B. Hetzelfde, overlangs doorgesneden, waaruit blijkt, dat het zaad alleen
bestaat uit de zaadhuid en dat de kern nagenoeg geheel door de kiem (het eetbare
gedeelte) is ingenomen. C. De kiem, in tweeën gespleten, zoodat de beide zaadlobben
en het daartusschen liggende as-gedeelte, meer bepaald het zeer jeugdige worteltje,
zigtbaar wordt.
449. Dwars doorgesnedene helften van de reeds gesplitste hangvruchten (z. b. fig.
444) A. van de anijsplant {Pimpinéüa Anisum)', B, van de gevlekte scheerling (Com'ww
maculdtum) i het kiemwit der laatste is van een' inham voorzien, welke bij dat der
eerste niet voorkomt. Voor de onderscheiding der vruchten van meerdere scherm-
dragenden is het van belao g, op de gedaante van het kiemwit te letten. — In het
gewone leven worden de vruchten der schermdragenden wel eens ten onregte „zaden"
genoemd, zoo als „anijszaad," „fenkelzaad," enz.
(*) B.v. in de groep der Nymphaeacéën. — Een voorbeeld van langen tijd zeer vloei-
baar blyvend plasma met enkele daarin drijvende cellen en andere stoflTen, waaruit
later, by verdrooging, een gedeelte van het „inwendig kiemwit" ontstaat, vindt
men in de zoogenaamde melk der kokos-zaden.
21
449. Vorm m
het kiemwit