Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
315
sing in de deelen, die het vruchtbeginsel oor-
spronkelijk zamen stelden. Eindelijk kan het
openspringen ook plaats hebben, doordien het
vruchtbekleedsel aan zijnen top in een aan-
tal korte van elkander loslatende stukjes —
»tanden" — gesplitst wordt, of v;el in twee of
meer zich van elkander geheel of althans
zeer diep scheidende stukken—»kleppen" —
verdeeld wordt. Zoo het laatste geval bij
vruchten voorkomt, die van tusschenschotten
springende
oppn-
vrucMeD-
kki. Met kleppen openspringende vrucliten. kil
zijn voorzien (z. b. bl. 288), dan kunnen daarbij de kleppen
a) geheel van de staan blijvende tusschenschotten losraken en
afvallen, of b) zich overlangs in twee platen splijten, zoodat
439. Opengesprongene zaaddoos van A. de gemeene koekoeksbloem (Lychnis Flos
Cuculi); B, de kleverige hoornbloem (Cerdsiium glufinósum).
440. A. B, en C. Schematische voorstelling van de hierboven onder a), 6) en c) be-
schrevene verhouding tusschen de afspring-»nde kleppen en de tusschenschotten der
doosvruchten; A. noemt men s ch ot v er b r ek e n d; B. s c h o t v e r d e el e n d en C.
hokverdeelend.
441. A. Zaaddoos van het roode vingerhoedskruid (Digilalis purpUrea), zijnde tevens
(namelyk opvolgend) schot- er hokverdeelend. B. Zich door eene dwarse spleet ope-
nende zaaddoos van het guichelheil (Anagallis arrénsis). C. Geheele zaaddoos van het
springzaad (Impdtiens Nóli mé langere). D, Dezelfde, opengesprongen, welk opensprin-
gen reeds bij de minste aanraking geschiedt, waarbij namelijk de kleppen snel omkrul-
len, zoodat de zaden met kracht worden weggeslingerd.
442. Opengesprongene doosvrucht van A, eene winde (ConvShulus): schot verb rek end.
B. Van de herfst-tijdeloos (Colchicum autumnHe): schotverdeelend. C. Van de gentiaan
(Gentidna)-, scheiding der kleppen zonder merktiire tusschenschotvorming (ook „schot-
verdeelend" genoemd). D. Van de duitsche Wf^ (Ins germanica)-, hokverdeelend. E. Van
het gemeene zonnekruid (Helidnihemum vulgäre): hokverdeelend.