Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
297
gelden, worden binnen in den kiemzak (z. b. bl. 294) van zoodanig
zaadknopje eenige cellen van geheel eigenaardigen bouw ge-
vormd. Twee of soms ook drie daarvan vertoonen zich in dat
gedeelte van den kiemzak, hetwelk naar den top van den
zaadknop, 'd. i. naar het zoogenaamde poortje (z. b. bl. 293)
gerigt is. Boven die twee of drie cellen bevindt zich meestal
eene bij de onderscheidene planten meer of minder ontwik-
kelde gestreepte of dradige massa, terwijl de cellen zelve,
naast elkander gelegen, alleen uit een bolvormig plasma be-
staan, zonder cellulose-wand, doch in 't midden eene kern
insluitende. Gewoonlijk noemt men deze »kiemblaasjes". In
het tegenovergestelde onderste gedeelte van den kiemzak ver-
schijnen te gelijker tijd e'én,
twee of meer cellen, die wèl
met eenen celstof-wand be-
kleed zijn en evenzeer eene
groote kern insluiten (*); na
eenigen tijd verdwijnen zij
weder, de plaats, die zij be-
sloegen, ledig latende, daar
zij geene dochtercellen vor-
men. Overigens is de kiem-
zak met veel plasma gevuld,
hetwelk in stroomende beweging verkeert, waarbij eene vrije
cel-kern tot punt van uit- en teruggang strekt (z. b. bl. 62).
Bij sommige planten vangt nu weldra in het midden van
den kiemzak die cel-vorming aan, welke als de aanleg van
het (nader nog ter sprake komende) kiemwit te beschou-
wen is.
Aldus is nu de inhoud van den kiemzak voorbereid om » be-
iOi- Ontstaan Yan den kiemzak
wordt grooter en vertoont den aanleg tot 2 dochtercellen. D. De kiemzak bevat nu —
terwijl nog het bereids verdroogde uiteinde van de daartegen aanliggende stuifmeel-
buis zigtbaar is, 2 duidelyke cellen. E. Door voortgaande dochter-celvorming in de
beide laatsten ontstaat er van boven een drager voor de toekomstige kiem. F. Van
onderen heeft zich later een bolvormig ligchaampje gevormd, zijnde de eigenlijke
aanleg der kiem.
■(*) Men heeft ze tegenvoeters genoemd.
404. A. Een zaadknop, in zijnen jongsten toestand. B. Overlangs doorgesneden
zaadknop van de keizerskroon (Frililldria imperialis), 400 malen vergroot; 2 omhul-
sels omringen de kern, waarin bereids ééne zeer groote cel, zijnde de kiemzak, o. a.
met eenige kleine celkerntjes daarin, zigtbaar is. C. Later vertoonen zich in den
kiemzak meerdere en duidelijker zigtbare blaasjes.