Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
286
In verband met deze betrekkelijke plaatsing staat ook de
oorsprong der stampers in de verschil-
lende plantengroepen. Vroeger meende
men namelijk, dat alle stampers als
bladvormingen te beschouwen waren;
vooral werd deze meening gesteund door
de nu en dan voorkomende afwijkingen,
waarbij zich ter plaatse van
de stampers min of meer op
gewone loofbladen gelijkende
deelen ontwikkelen. Later
echter zag men in, dat daar-
toe ook somtijds voor een
deel of wel geheel het as-
gedeelte der bloem, eenen
hollen vorm aannemende,
bijdragen kan. En nu bleek
het, dat de bovenstandige
stampers óf alleen bladvormingen, óf gedeeltelijk blad- en ge-
deeltelijk as-vormingen zijn; zoo ook dat de half-onderstan-
dige tegelijk as- en bladvormingen zijn en eindelijk dat de
onderstandige alleen as-vormingen zijn (*).
Hieraan hecht zich verder het onderscheid tusschen den
enkelvoudigen of zamengestelden aard der stampers. Ter ver-
mijding van te groote breedvoerigheid, zullen wij dit verband
hier niet bespreken, doch alleen als feiten vermelden, dat het
385. VrttchtHai
386- OvergangsvorniGQ tusscbn
stampers en loofbladea.
dd5. De bladvorming, welke de grondslag zou zijn van het ontstaan van vele stam-
pers, is onder den naam van vruchtblad bekend. Men stelde zich nu voor, dat
zulk een blad langs de bovenvlakte was omgebogen en dat zijne elkander nu aanra-
kende randen te zamen ineengroeiden, tot vorming van het vruchtbeginsel — a —j
dat uit den top de stempel — c — ontstond en dat de stijl — 6 — daar optrad, waar
het blad gespitst was (z. b. bl. 108 flg. 205. ƒ.) — Eene andere voorstelling is, dat
het scheedegedeelte van het vruchtblad het vruchtbeginsel vormde, de bladsteel den
stijl en de bladvlakte den stempel. Zooveel intusschen is zeker, dat in regelmatig
ontwikkelde bloemen nooit zoodanige trapsgewijze ombuiging of vervorming van een
gewoon loofblad tot eenen stamper regtstreeks is waargenomen.
886. A. Stamper van eene ganserik-soort {PoteniiUa). In de plaats van zulke stam-
pers worden soms bladen gevormd, min of meer in hunne gedaante naar zoodanige
stampers of wel naar gewone loofbladen zwemende j zoo b. v. het in D. afgebeelde
deel; C. is een nog duidelijker drielobbig blad; B. eindelijk een dergelijk blad, waar-
aan zich zelfs steunbladen hebben gevormd (vergel. boven bl. 272).
(•) Meer bepaald geldt dit laatste van het vruchtbeginsel j of de stijl en stempel
alsdan ook as*vormigen zynj is nog twijfelachtig.