Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•282
ëénen wand; bij
de overige plan-
ten meerendeels
twee. De buitenste
wand, waarop dik-
wijls allerlei uit-
springende pun-
ten , netvormige,
spiraalvormige
teekeningen, enz.
zigtbaar zijn, be-
staat soms uit twee
319. ZameDbangeade staifiiieelcfilleQ.
lagen, waarin vaak stippelkanalen of wel ware openingen
voorkomen, welke soms als met een dekseltje zijn gesloten.
Er is veel grond, om aan te nemen, dat deze zoo geheel
eigenaardige bouw der stuifmeelcellen, welke voor bepaalde
planten zeer bestendig is, het gevolg daarvan is, dat zij ha-
ren oorspronkelijken celwand (door anderen, als tot de bij-
zondere moedercellen behoorende, beschouwd) verliezen, zóó
dat de wanden der stuifmeelkorrels eigenlijk niets anders
dan de verdikkingslagen der oorspronkelijke cellen zijn.
379. A. Kene bloem van bet krijgshaftig standelkruid {Orchis militdris); op den nog
even zigtbaren top van den bloemsteel Is het gedraaide vruchtbeginsel bevestigd, aan
welks binnenzijde zich eene spoor-vormige verlenging (z. b. bl. 266) bevindt van den
6den breed-uitgespreiden lob des bloemdeks, waarvan de 5 overige bovenwaarts ge-
keerd zijn, terwijl aan de binnenzijde van den voet der 2 binnenste hiervan de voort-
plantingsdeelen gelegen zijn. B. Deze voortplantingsdeelen, vergroot voorgesteld; de
voorwand van de 2 helften van den helmknop (z. b. bl. 277), door één nog daarboven
uitpuilend helmbindsel vereenigd, is weggenomen, om de daarin bevatte „stuifmeel»
massa's" te doen zien; al het overige behoort tot den stempel, behalve de 2 kleine
bolvormige ligchaampjes naast den voet der beide helmknop-hokken gelegen, zijnde
2 zoogenaamde bijmeeldraden (z. b. bl. 278). C. Eene gesteelde stuiftneel-massa uit één
hok, vergroot. — De meeste Orchideen vertoonen dergelijken bouw van het stuif-
meel. Ook bij de Asclepiadéén komt soortgelijke zamenhang voor (z. fig. 880). Bij eenige
.4cff«a-soorten vindt men 16 stuifmeelcellen zamenhangen, bij eenige Ericéën 4, enz,
380. A. Van de bloemkroon en de meeldraden ontdane bloera van 'Asclépias syriaca;
in 5 sleuQes op den 5-zijdigen verbreeden stempel bevinden zich kleine celgroepjes,
waarmede door een steelvormig verlengsel de 10 stuifmeel-massa's, afkomstig uit de
vijf 2-hokkige helmknoppen, vereenigd zijn; elke 2 schijnbaar byeen behoorende stuif-
meel-massa's zijn afkomstig uit de naast elkander gelegene hokken van 2 verschil-
lende helmknoppen. B. 2 dergelijke stuifïneel-massa's, in dien toestand voorgesteld,
waarin uit den opensplijtenden vliezigen zak, waarmede zij omhuld zijn, de afzon-
derlijke stuifmeelcellen uittreden. — De stuifmeel-massa's der Orchidéën zijn meestal
niet binnen zoodanig omhulsel besloten, doch blijven vereenigd door zeker verbin-
dend slijmachtig vocht; vandaar hun gewoonlijk meer meelachtig of korrelig voor-
komen, terwijl die der Asclepiadéén zich meer wasachtig voordoen.