Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
275
bundel spiraalvaten, waaromheen zich eene laag celweefsel
bevindt, hetwelk bedekt is door eene opperhuid met zeer
weinige of geene spleetopeningen. Ten gevolge van tusschen-
celsruimten (bl. 99), die met lucht gevuld zijn, is hij ge-
woonlijk wit; wanneer hij zich anders gekleurd voordoet,
kan dit van een gekleurd vocht of ook van de kleur der
haartjes, waarmede hij dikwijls voorzien is, afhankelijk zijn.
Ofschoon meestal rolrond of draadvormig, komt hij ook on-
der andere meer verbreede gedaanten voor en vertoont ook
niet zelden bijzondere aanhangsels. Deze
laatsten worden somtijds ook aan helm-
bindsels en helmknoppen aangetroffen.
Hoewel in den regel minder in 't oog
loopende dan de helmdraad, vertoont ech-
ter het helmbindsel, waar het voorkomt,
meer verscheidenheid in den vorm dan
deze. Ook is niet altijd de wijze van ver-
binding tusschen helmdraad en helmknop
dezelfde. De spiraalvaten van den helmdraad
gaan gewoonlijk in het helmbindsel over;
het omringende celweefsel en ook de kleur
verschillen meestal eenigzins bij beide deelen.
De helmknop, waarvan de gedaante
langwerpig, eirond, hartvormig, enz. en
de kleur ook zeer verschillend kan zijn, meerendeels echter
geel, doch nimmer groen is, bestaat uit vakken of hokken,
waarin zich het stuifmeel bevindt. Iedere helft van den
helmknop bestaat uit twee hokken, zeldzamer uit één of uit
meer dan twee. Zeer dikwijls verdwijnt het door een par-
enchymstrook gevormde tusschenschot, hetgeen elke helft in
2 hokken deelde, bij latere rijpwording van het stuifmeel;
in iedere helft komt dan later slechts 1 hok voor, waar vroe-
371. A. Van eene ^«ium-soort; aan den voet van den helmdraad Is eene steunblad-
achtige uitbreiding, die aan de eene zijde lelfs rankyormig wordt. B. Van Asclépias
nivea; bij deze en andere Asclepladéën bezitten de helmdraden breede aanhangsels,
schijnbaar eenen bijzonderen krans vormende, welke binnen de (hier benedenwaarts
omgeslagene) bloemkroon staat. C. Van den oleander (Nérium Oleander), met eene
boven den helmknop uitstekende verlenging van het helmbindsel. D. Van het drie-
kleurig viooltje {ytola tricolor)-, het helmbindsel van twee der vijf meeldraden ver-
lengt zich bovenwaarts in eene driehoekige plaat en benedenwaarts In eene spoor
(z. b. bl. 286), die door het hoUe bloemblad Ingesloten wordt,
18*
31t AankDjsBls m