Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
Laat ik ti dan al dadelijk doen opmerken, dat al, wat gij
van de plantkunde vernomen hebt, nog niet zoo geheel
waar is. Toegegeven, dat de studie daarvan niet gemakkelijk
is, zoo kan ik ii echter verzekeren, dat zij volstrekt niet
moeijelijker is dan het aanleeren van vele andere zaken,
waarmede gij u op uwen leeftijd pleegt onledig te houden.
Ik zal b. v, slechts één vak noemen, de aardrijkskunde name-
lijk, en kan u verzekeren, dat gij u, als gij lust en op-
gewektlieid lot leeren bezit, nog veel vlugger in de plant-
kunde dan in de aardrijkskunde zult te huis gevoelen.
Toen gij nog bijna op de laagste schoolbanken gezeten
waart, kostte het u reeds geene overgroote moeite, u enkele
namen van landen, steden, rivieren, enz. inteprenten; —zoudt
gij dan nu, tot dien ouderdom genaderd, waarin men veel
spoediger iets leeren kan dan in de kinderjaren, er tegen op-
zien om u aan eene studie te begeven, waarbij, wel is waar,
even als bij geographie, een goed geheugen noodig is, doch
waarbij het nog meer aankomt op gezond verstand en helder
begrip? Want het mag niet uit het oog verloren worden, dat
het eene geheel verkeerde voorstelling is, wanneer men be-
weert, dat plantkunde zich slechts tot de kennis van vreemde
woorden en het onthouden van een aantal planten-namen be-
paalt. Neen! zij heeft eene veel ruimere, laat ik liever zeggen,
veel edelere strekking: zij omvat alles wat tot het maaksel
en het bestaan der planten betrekking heeft; zij beperkt zich
bovendien niet tot de beschouwing der planten op zich zeiven,
maar tracht ook omtrent haar verband met andere niet tot
het plantenrijk behoorende voorwerpen en verschijnselen licht
te verschaffen. Reeds genoeg ware het, te zeggen, dat zij tot
de natuur-studie behoort, om al terstond de meening, dat zij
dor en vervelend zou zijn, te doen vervallen en de overtui-
ging te vestigen, dat zij iets geheel anders is dan een geheu-
genwerk van woorden cn namen. Nergens toch wordt den
weetgierige een aangenamer, onderhoudender en verhevener
weg tot leering aangeboden dan in de Natuur. Die zich daar-
van kennis wil verwerven, kan zich verzekerd houden, dat
hij geenen schooneren werkkring kiezen kon; dat hij een
gebied betreedt, waarop iedere stap hem niet alleen stof tot
nadenken, maar ook reden tot genot en bewondering ople-