Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
271

immers geeft geen regt tot het aannemen eener vervorming, waar-
van dan ook, zoo men b. v. het schutblad van den beginne af ga-
deslaat, niets te bespeuren is; liet ontwikkelt zich zóó, dat de
geoefende er zeer spoedig het toekomstige schutblad in herkent.
Vooral vond en vindt
nog de leer van de
» vervorming" der plan-
tendeelen in beperkten
zin bij diegenen ijveri-
ge voorstanders, welke
langs dien weg een ver-
366. 361.
Ovfirjangsvonnen tnssclieD bloenioinlinlsels en meeldraden.
schijnsel trachten te verklaren, hetwelk ook u niet onbekend
zal zijn gebleven. Hoe dikwerf b. v. hebt gij niet de bloem
eener roos, eener camellia, ranonkel, enz. uiteengeplukt
en daaraan een bijzonder groot aantal bloembladen opge-
merkt, veel grooter dan bij andere rozen, camellia's, enz.,
wier bloemkroonen slechts uit betrekkelijk weinige blaadjes,
b. V. een 5-tal, enz. waren zamengesteld. Gaat deze vermeer-
dering zoo ver, dat men binnen de bloemomhulsels zelfs geene
meeldraden of stampers meer ontdekt, dan worden zulke
365. Overgangsvormen tusschen bloembladen en meeldraden by de witte plompen
Nymphaea alba),
366. Uit de volle bloem eener roos; achtereenvolgens verandert de meeldraadvorm
(6) in dien van een gewoon bloemblad (2), en somtyds loopt er In de allerbuitenste
bloembladen (1) eene groene ader midden door de anders gekleurde bladvlakte.
367. Een gedeelte van eene bloem der gemeene akelei {Aquilégia tulgdris)', uit de
likteekens op de as der bloem blijkt het, dat hier verschillende deelen zyn afgeplukt.
Aan de eene zijde staat hier één bloemblad, dat een hoorn- of kapvorm bezit, en
één meeldraad. Aan de andere zyde zyn, in de plaats van eenige meeldraden, vele
in elkander geschovene dergelyke hoorn- of kapvormige deelen ontwikkeld.