Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
263
der vroeger reeds bestaan hebbende
verhevenheden zijn. Zoo komt ook het
geval voor, dat verschillende rondom
elkander staande kransen in vereeni-
ging met elkander, met name aan
hun onderste gedeelte, voortgroeijen
en later, in ontwikkelden toestand,
aldaar te zamen verbonden blijven,
waarin ook de krans der meeldraden
meermalen betrokken is. Ja zelfs
deelt somtijds het binnenste deel der
dien zamenhang. Van daar, dat de

353- Vlindervorniige bloemkroon.
382. Veelbladig bloemoilmlsoL
bloem, de stamper, in
betrekkelijke plaatsing
van het vrij blijven-
de — bovenste —
gedeelte der onder-
scheidene kransen
niet zelden verschilt.
Hierbij komen na-
melijk 3 gevallen
voor: A.) Alle kran-
sen zijn geheel vrij
en staan dus duide-
lijk boven elkander
op den schijfvormi-
een bloemombulsel, hetwelk slechts uit één stuk bestaat, Tergroeidbladig, om-
dat zy zich voorstellen, dat er tusschen de verschillende bladeren van denzelfden
krans eene vereeniging, „vergroeijing", beeft plaats gehad. Het omgekeerde is intus-
schen waar; daar waar zulk een zamenhang niet bestaat en men den krans in af«
zonderiyke blaadjes gesplitst vindt, is er tydens den groei eene scheiding in één
aanvankelijk zamenhangend deel ontstaan. Gevallen van echte vergroeijing van oor-
spronkelijk gescheidene deelen komen slechts zelden voor.
Van holle vormen, zoo als de in ög. 343 en 347—351 voorgestelde, noemt men het
onderste gedeelte de buis, het bovenste meer uitgebreide, de zoom of boord, en
de inwendige plaats van overgang tusschen deze beiden de keel.
352. Bloem der stinkende gouwe {Chelidóniujn mdjus)', de 4-bladige bloemkroon
kan men hier in de afzonderlijke blaadjes stuk voor stuk uiteenplukken.
353. Aan alle gewassen van ééne bepaalde groep eigen, welke daarnaar den naam
van vlinderbloemigen {Papilionaceè'n) verkregen heeft. A. Eenigzins van ter zijde ge-
zien (de 2 van onderen uitstekende fijn behaarde slipjes behooren tot den kelk, die
meestal eenigzins llpvormig is). B. De bloembladen van elkander verwijderd; bet
bovenste en meestal het achterste, vlagje genaamd, is gewoonlijk bet grootst en
breeder dan de 2 zijdelingsche (vleugels) en de beide onderste of voorste, die niet
zelden langs den rand met elkander als één geheel van schuitvormige gedaante
(kiel) zamenhangen.