Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•262
Bij zijn ontstaan vertoont zich elke krans, van boven af
gezien, als een kring van kleine tepelvormige verhevenheden.
Groeit nu ieder dier laatsten als een afzonderlijk deel uit,
dan wordt het bloem-
dek of het bloembe-
kleedsel in zoovele bij-
zondere deelen — bla-
den ■— gesplitst (*). In
dit geval kunt ge van
het bloemomhulsel ook
blaadje voor blaadje af-
plukken. Groeijen ech-
ter die verhevenheden
later, te zamen in ver-
band blijvende, als ëén
gesloten ring voort, dan
bestaat iedere krans
slechts uit ëën zamen-
hangend deel en kan
dan ook slechts als ëën
geheel worden afge-
plukt, De bovenste vrije
rand vertoont alsdan
ni^ zelden meer of min-
der diepe inkervingen,
welke de aanduidingen
OngescheideDs bloemomliQlsels.
gezien; B. aan de voor- of binnenzijde. — Symmetrisch wordt elke vorm ge-
noemd, welke slechts door ééne enkele doorsnede in twee geiyke helften, b. v. eene
regter- en linker- (zoo als hier), of eene boven- en onderhelft kan verdeeld worden.—
Onregelmatig heet elke vorm, waarbij geene verdeeling in gelijke helften mo-
gelijk is.
(*) Wanneer het bloemdek uit meer zulke geheel gescheidene deelen bestaat, noemt
men deze laatsten bloemdekbladen; is dit met de bloemkroon het geval, bloem-
bladen, en met den kelk, alsdan kelkbladen.
348. Bloem van de gewone sering [{Syringa vvXgdris), met zeer kleinen 5-tandigen
kelk (A:); de bloemkroon (6) is in 't midden lang-buisvormig, van boven vlak uitge-
breid en nagenoeg cirkelrond (bovendien in vier lobben gesplitst); „schenkbladvor-
mig" is de kunstterm voor zulk eene gedaante.
349. Bloem van den smeerwortel {Symphytum officinale); de kelk (Ar) is 5-sUppig
de bloemkroon {k) van boven klokvormig, benedenwaarts meer buisvormig.
850. Bloem van de akker-winde {Convólvxüus arvénsis)', kelk (fc) 5-spletig; bloem-
kroon (i) trechtervormig.
851. Bloem van den tabak (Nicotiana Tabdcwn)-, kelk {k) 5-tandlg; bloemkroon {h)
trechtervormig, van boven vlak uitgebreid. — Sommigen noemen eenen krans van