Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•251
onontwikkelde lioof'd-assen zoodanige, die onontwikkelde tus-
sehenknoopen bezitten, dan zijn daarop bij de hoofdjes
ongesteelde, of althans zeer kort gesteelde bloempjes zoo bij-
a. h.
328. Kolf. 329
eengeplaatst, dat zij te zamen een geheel van bolvormige of
langwerpig-ronde gedaante vormen.
Het door sommigen daarvan onderscheiden korfje (z. b.
bl. 247), zijnde de bloeiwijze in de groep der »zamengestel-
den", levert, behalve de meerdere uitgebreidheid van den
bloembodem, geen eigenlijk scherp verschil op. De eigen-
aardige vorm der bloemen zeiven toch kan niet in reke-
ning worden gebragt bij de bepaling eener bloeiwijze. —
Het kenmerkende van de bloeiwijzen der vijg en dorstenia
(z. b. bl, 248) is alleen in dc vleezige ontwikkeling en den
vorm der bloembodems gelegen.
Bij de scherm ontspringen eenige lange bloemstelen,
welke zich tot dezelfde hoogte verheffen, straalvormig en
schijnbaar uit ëén punt, doordien de hoofd-as, op de plaats
van oorsprong dier stelen (eigenlijk takken), uit onontwik-
kelde tussehenknoopen bestaat en daardoor geheel verkort is.
Zoo iedere tak (of straal) der hoofd-as niet regtstreeks de
328. a. Bloeiwijze (Icolf) van de gevlekte kalfsvoet {Arim maculdtum) \ dezelfde,
met aan de voorzijde weggeplukt schutblad (hier bloemscheede genaamd; z. b.
bl. 244); kolf noemt men eene aar met vleezig verdikte hoofd-as, waarop de bloe-
men zeer digt bijeen zijn geplaatst.
829. Vrouwelijke bloeiwyze (kegel) van ^e)ïOX>{Humulus Luimlus). Aren met groote
vliezige of houtige schutbladen tusschen dc digt byeenstaande bloemen heeten ke-
gels. — De vrouwelijke bloeiwijzen van de den en daarmede verwante boomen zijn
in zeer jeugdigen toestand katjes (z. b. flg. 326 b.)i later worden zij, wegens de ver-
houting en grootte der schutbladen, beter „kogels" genoemd.